De relatie tussen woede en kritiek

woede
(Kavan Cardoza aka "Kavan The Kid"

Nog niet zo lang geleden bevond ik me ineens in een situatie waarbij vier volwassenen hun haat-woord-bommen genadeloos op me afvuurden. Zomaar. Of was het niet zomaar? Wellicht kwamen de bombardementen vanuit hun eigen onmacht. Of vanuit hun vrees voor een, in mijn ogen, onwaarschijnlijke toekomst. Een toekomst waar ze echter met elke vezel van hun bestaan in zijn gaan geloven; zo leek het tenminste.

Midden in het oorlogsgevecht kwam ik tot de waarneming dat hun bombardementen eerder voortkwamen uit de houding vooral niet kritisch te denken. Dat is die blinde en dove houding van een denken-te-weten en daarbij niet te weten dát ze niet weten. Iets dat volgens Sokrates dé definitie is van domheid.

Het was niet zo dat hun haat-woord-bommen nieuw voor mij waren. Wat wel nieuw was, was dat ze nu ook de norm bleken te zijn in een gezelschap waarin ík mij bevond. Een gezelschap waarvan ik nooit had verwacht dat islamofobie en xenofobie ook hun norm was geworden. Maar toch was het zo. Ineens hoorde ik zinnen als: ‘De moslims zijn cultureel achtergebleven.’ ‘Het is de schuld van de vluchtelingen zelf dat ze verdrinken in de oceanen.’ ‘Wie hier komt, moet zich aanpassen aan onze cultuur.’ ‘Vrouwen die vrijwillig een hoofddoek dragen, horen hier niet.’ ‘Ze krijgen drie keer meer kinderen dan wij en zijn zo snel in de meerderheid en dan, ja dan wordt de sharia hier ingevoerd’.

Had ik mijn woede beter kunnen onderdrukken?

Ik hapte telkens weer naar adem en voelde de woede in mij steeds meer opwellen. Het maakte niet uit welk argument ik inbracht, welke feitelijkheid ik benoemde en welke statistieken ik ten gehore probeerde te brengen: ik werd telkens weer overschreeuwd, onderbroken en overspoeld met ad hominems. De klap op de vuurpijl kwam toen iemand zei ‘dat het uiteindelijk allemaal de schuld van de joden is, want Rockefeller …’

Ik explodeerde. Zelden heb ik mijn eigen stem zo woedend luid gehoord met al mijn zintuigen. Zelden was ik zo woedend dat er tegelijkertijd hete tranen langs mijn wangen liepen, omdat hun bommen via mijn trommelvliezen mijn hart hadden geraakt. En toen gebeurde het: ik noemde hen racisten.

Was het goed dat ik zo ongeremd toegaf aan mijn woede? Of had ik haar beter kunnen onderdrukken om de sociale conventies niet te kwetsen en mijn ‘waardigheid’ — tussen aanhalingstekens — te bewaren? Want niet alleen vonden zij het een affront dat ik hen racisten had genoemd, ze zagen mijn woedend non-conformisme bovendien als een gebrek aan zelfbeheersing en beleefdheid. Maar hoe kan beleefdheid in dit soort situaties meer waard zijn dan de strijd tegen onrechtvaardigheid en racisme? Bovendien was het een beleefdheid die zij wel van mij eisten, maar waaraan ze klaarblijkelijk zelf niet aan hoefden te beantwoorden.

Nee, mijn woede was zeker niet beleefd. Zij oversteeg de nihilistische fatsoensnorm van hun conventionele beleefdheid en werd de katalysator voor mijn gevoel voor rechtvaardigheid en mensenrechten. En voor mij is dit perspectief van sociale rechtvaardigheid de enige waardigheid die telt. Niet de schijnwaardigheid van een conformisme dat als een façade van fatsoen kan worden misbruikt. Een façade waarachter de Internationale Rechten van de Mens mogen worden geschonden door de haat die racisme heet.

Wat hier op het spel staat is de echte waardigheid die enkel tot uitdrukking komt in het antwoord op de kritische vraag ‘Wat voor mens wil ik zijn?’ Niet eenmalig, maar telkens weer en telkens opnieuw.

Woede is het antwoord op racisme

Ik kwam naar huis en zocht rust in Audre Lorde’s keynote presentatie uit 1981. Daar spreekt ze over de relatie tussen woede en kritiek. Woede is haar antwoord op racisme, omdat woede de grondstructuur is van mensen die onderworpen zijn aan onderdrukking en uitbuiting. Daarbij heeft woede een dubbele relatie tot de overheersing. Woede ontstaat enerzijds als een reactie op de onderdrukking, en tegelijkertijd bevat woede de mogelijkheid tegenstand te bieden. Een nauwkeurig gerichte woede is namelijk een krachtige energiebron ten behoeve van progressie en verandering.

Woede die vertaald en uitgedrukt wordt in handelingen die in dienst staan van onze visie en onze toekomst, zo zegt Lorde, is een bevrijdende en versterkende daad van opheldering. Het is immers in het moeizame proces van deze vertaalslag dat we überhaupt vast kunnen stellen wie onze bondgenoten zijn, en wie onze onvervalste vijanden. Veel waarheid ligt voor mij verborgen in haar uitspraak: “Anger is loaded with information and energy” en wanneer we bereid zijn naar woede te luisteren, dan is dat het begin van inzicht.

Woede is iets anders dan haat

Belangrijk is dat woede niet hetzelfde is als haat. Haat is volgens haar datgene dat zich schuilhoudt in de straten en erop loert ons te vernietigen zodra we waarlijke verandering nastreven in plaats van ons slechts bezig te houden met academische retoriek. Ze zegt: “ Als ik in woede tot jullie spreek, dan heb ik tenminste met jullie gesproken. Ik heb geen pistool tegen jullie hoofden gehouden en jullie niet neergeschoten in de straten.” Dit betekent dat haat het pistool is tegen het hoofd en zodoende het doordrijven van doelen door middel van bruut geweld. Haat doelt uiteindelijk altijd op het vernietigen van de ander.

Woede daarentegen is de adequate reactie op racistische houdingen, zoals razernij dat is wanneer de daden die voortvloeien uit deze houdingen niet veranderen.

Graag sluit ik af met deze twee citaten van Lorde:

My anger is no excuse for not dealing with your blindness, no reason to withdraw from the results of your own action.

What you hear in my voice is fury, not suffering. Anger, not moral authority. There is a difference.


Deze column is oorspronkelijk voorgedragen op 05 Maart 2017 bij Radio Swammerdam op AmsterdamFM. Misha Melita en Mirjam van Zuidam gingen in gesprek met promovendus Florian Wanders (UvA) en sociaal-psycholoog Marc Heerdink (UvA) over normen en de invloed op groepsdynamiek. Luister hier naar de hele uitzending:


 

More from Heidi Dorudi

Zomergastensplaining met Griet op de Beeck

Na Dyab Abou Jahjah was Griet op de Beeck de tweede zomergast die...
Read More