Evolutie: Egoïsme of Altruïsme?

egoïsme
(Photo by Nathaniel Tetteh on Unsplash)

Niet aan de goedheid van de slager, de bouwer, of de bakker danken wij ons eten, maar aan het feit dat zij hun eigenbelang nastreven.

Dit citaat is afkomstig uit het boek The Wealth of Nations (1776) van de achtiende-eeuwse Schotse filosoof Adam Smith. Volgens Smith worden mensen niet gedreven door een belangeloos altruïsme, maar eerder door een vorm van egoïstisch eigenbelang. We laten onze handelswijze niet bepalen aan de hand van de belangen van anderen, maar onze handelswijze wordt veelal gedreven door ons eigenbelang. De mens als opportuun zelfzuchtig wezen, gestimuleerd door eigenbaat. Echter, het is geen oppervlakkig moreel verwerpelijk egoïsme dat Smith verdedigt in zijn boek.

Egoïsme valt enerzijds te onderscheiden in  psychologisch egoïsme — een innerlijke zelfzucht verankerd in de menselijke aard — en anderzijds in ethisch egoïsme — hierbij is het moreel juist om het eigenbelang na te streven. Deze twee vormen van egoïsme verschillen nogal maar komen overeen in het uitsluiten van altruïsme. Smith verdedigt het ethisch egoïsme. Hij betoogde vanuit economisch, politiek en praktisch vlak dat wanneer mensen in de handel hun eigenbelang nastreven, zij zodoende het algemeen belang dienen. Sterker nog, volgens Smith schatten mensen hun eigen verlangens beter in dan de verlangens van anderen. Zodoende is het egoïsme over het algemeen doelmatiger dan het altruïsme.

Wat beweegt de mens?

Natuurlijk is de voorgenoemde denkwijze van Smith niet de enige denkwijze. Verscheidene filosofen redetwisten van oudsher over vragen die te maken hebben met egoïstische en altruïstische handelswijzen van de mens. De achtiende-eeuwse filosofen David Hume1 en Jean-Jacques Rousseau2 veronderstelden dat altruïsme, oftewel de zorg voor anderen, in de mens is aangeboren. Daarentegen geloofde een andere achtiende-eeuwse filosoof, Jeremy Bentham3, juist dat mensen van nature zelfzuchtig zijn. Volgens Plato en Aristoteles heeft de mens die het Goede nastreeft, daar zelf ook veel baat bij. Kortom, verschillende filosofen houden er allerhande denkwijzen op na als het gaat over wat de mens beweegt.

Wat beweegt de mens eigenlijk? Onze denkwijzen worden door verscheidene factoren in ons leven beïnvloedt. Één van die factoren is taal. Ons wereldbeeld en onze denkwijze worden grotendeels gevormd door de taal die wij bezigen4. De taal en de tijdsgeest maken de mens. De wijze waarop wij over bepaalde zaken denken en spreken is van invloed op ons handelen. Hoe we over bijvoorbeeld altruïsme denken, heeft een effect op ons gedrag. Hoe komen we er dan achter hoe het zit? Is altruïsme aangeboren of wordt het ons aangeleerd?

In onze tijdsgeest hebben recente studies aangetoond dat kinderen, zo jong als drie maanden, een aangeboren mechanisme hebben voor compassie. Volgens het onderzoek uit 2015 van Kiley Hamlin, van de University of Britisch Columbia, is het niet de zelfzuchtigheid die ons drijft, maar een aangeboren innerlijk altruïsme. Sterker nog, ons verlangen om niet zelfzuchtig te handelen kan in de praktijk worden versterkt door het te oefenen. Bovendien blijkt uit Hamlins onderzoek dat de kinderen overgingen tot zelfzuchtig gedrag toen zij rond de leeftijd van vijf jaar naar school moesten.

Je wordt niet zelfzuchtig geboren, je wordt zelfzuchtig gemaakt

Dit aangeleerd egoïsme kan bij de kinderen worden tegengegaan wanneer zij worden geplaatst in een curriculum dat vriendelijkheid en onzelfzuchtigheid aanmoedigt5. De populariteit van vriendelijke onzelfzuchtige kinderen uit de vierde en vijfde klas bleek zelfs te stijgen. Hoe meer altruïstische daden zij uitvoerden, hoe kleiner de kans was dat zij gepest werden6. Kinderen worden niet zelfzuchtig geboren, zij worden zo gemaakt.

Laten wij ons afvragen en reflecteren op hoe wij zelf bijdragen aan een egoïstische of altruïstische levenswijze. Zowel in ons eigen leven alsmede in het leven van anderen.


Deze column is oorspronkelijk voorgedragen op 15 Oktober 2017 bij Radio Swammerdam op SALTO Amsterdam. Aafke Kok en Froukje Waterbolk gingen in gesprek met Eddy de Bruyn over de twee soorten populariteit op school en wat de evolutionaire oorsprong hiervan is. Professor Matthijs van Veelen sloeg een brug tussen evolutiebiologie en economie of gedrag en vertelde over de oorsprong van altruïsme. Luister hier naar de hele uitzending:


 

Footnotes

  1. Hume, David (1748). Philosophical Essays Concerning Human Understanding (1 ed.). London: A. Millar.
  2. Rousseau, Jean Jacques (2010). Social Contract & Discourses. New York: E. P. Dutton & Co., 1913; Bartleby.com.
  3. Bentham, Jeremy (1982). Introduction to the Principles of Morals and Legislation. London, Methuan.
  4. Zlatev J. and Blomberg J. (2015). Language may indeed influence thought. Front. Psychol. 6:1631.
  5. Flook, L., Goldberg, S. B., Pinger, L. J., & Davidson, R. J. (2015). Promoting prosocial behavior and self-regulatory skills in preschool children through a mindfulness-based kindness curriculum. Developmental Psychology, 51(1), 44–51. PMCID: PMC4485612.
  6. Layous K, Nelson SK, Oberle E, Schonert-Reichl KA, Lyubomirsky S (2012). Kindness Counts: Prompting Prosocial Behavior in Preadolescents Boosts Peer Acceptance and Well-Being. PLoS ONE7(12): e51380.
More from Khadija al Mourabit

De (ir)relevantie van identiteit

Kijk eerst naar deze column over het verschil tussen identiteit en identificatie...
Read More