Over het verschil tussen identiteit en identificatie

identificatie

Dit is de column die ik heb voorgedragen bij de uitzending van 14 Oktober 2016 van het NTR programma De Nieuwe Maan. De column kan hier worden teruggekeken.


Een identiteit is iets dat anderen je geven. Ze identificeren en determineren je. En dat al tijdens je allereerste ademtocht in deze wereld. Het is een naam die je krijgt.

‘Vrouw’ was de eerste naam die ik kreeg toen ze riepen: “Een meisje!” Maar deze naam was al het bezit van een traditie waar ik geen inspraak in had. Vanaf dat moment werd ik het onderwerp van een heel specifieke manier van praten en denken. Van heel specifieke ideeën over wat ik ben. Er werd niet meer gekeken naar wie ik ben. Met deze al ingevulde betekenis van de identiteit ‘vrouw’ moest ik het voortaan doen.

Maar zo’n betekenis is geen waarheid, want bedacht door mensen. Bovendien zit er een heel archief aan vast vol met verwachtingen over hoe ik mijn leven moet leiden. Aan welke regels ik moet voldoen. En welke dingen ik vooral niet mág doen.

Identiteiten gaan dus hand in hand met dwang. Maar ook met uitsluiting als je de pech hebt een naam te krijgen die minder is dan zijn tegenpool. ‘Zwart’ bijvoorbeeld, of ‘allochtoon’, of ‘moslim’.

Maar de vraag is: “Identificeer ik me met al deze namen?” Is dit echt wie ik ben? Val ik echt samen met betekenissen die anderen in het verleden hebben bedacht? Nee. Als dat zo was, dan was er geen mogelijkheid meer, geen verandering.

Een identiteit heeft immers te maken met een realiteit die in het verleden is ontstaan. En realiteit is geen mogelijkheid. Want mogelijkheid is een realiteit die er nog niet is en wellicht nooit komt.

Mogelijkheid is toekomst. Mogelijkheid is vrijheid. En de kern van vrijheid is een identificatie die ik vrijelijk doe. Die dus niet kan worden afgedwongen door anderen.

Het is een innerlijk gebeuren. Een geïnspireerd raken door iets of iemand. Ik identificeerde me met het zijn van een vrije vouw die strijdt voor gelijkwaardigheid en rechtvaardigheid.

Het punt is dat mijn identificatie er is vóórdat ik deze mogelijkheid realiseer. Ik richt me erop — loop er dus al op vooruit. En wel telkens weer en telkens opnieuw. Zo krijgt mijn al ingevulde identiteit ‘vrouw’ steeds weer een nieuwe kans. Want door mijn vooruitlopen op wie ik als vrouw wil zijn, werkt deze mogelijkheid in op de realiteit van mijn ‘vrouw’-zijn die dan een nieuwe identiteit en dus een nieuwe betekenis kan krijgen.


 

More from Heidi Dorudi

Religie is een relatie met het oneindige

Door de situatie in mijn geboorteland werd ik als jong mens heel...
Read More