Het nieuwe hoofd van het patriarchaat

patriarchaat

In haar boek A New Dawn for the Second Sex vergelijkt Karen Vintges het patriarchaat met een ‘‘veelkoppig monster dat nieuwe hoofden vormt, zodra er een onschadelijk is gemaakt’. Of met ‘een waterbed waar aan de ene kant een nieuw waterhoofd opduikt, zodra je een waterbult aan de andere kant hebt weggedrukt’. Deze metaforen beschrijven niet alleen heel treffend de hardnekkige en problematische realiteit van het patriarchaat, maar zijn bovenal uiterst waardevol, want visueel zo ontzettend sprekend.

Dat de dominante macht van mannen nog steeds overal ter wereld substantieel aanwezig is, zien we bijvoorbeeld aan de absurditeit dat nota bene Saudi-Arabië gekozen is als lid van een 45-landen tellende VN-commissie die zich bezighoudt met — jawel — vrouwenrechten. Het lijkt De Speld wel. Maar helaas, het is de werkelijkheid.

Een ander nieuw hoofd van de patriarchale hydra is in 2016 aangegroeid in de vorm van een klein en onschuldig lijkend pamflet van de hand van Ewald Engelen — hoogleraar financiële geografie aan de UvA. Het draagt de titel De Mythe van de gemaakte vrouw. Een titel die, helaas fout vertaald, verwijst naar Simone de Beauvoirs beroemde zin uit De tweede sekse: “Je wordt niet geboren als vrouw, je wordt vrouw.” Er staat niet ‘je wordt gemaakt tot vrouw’. Maar dit terzijde.

Wat bijzonder opmerkelijk is, is Engelens keuze voor de ondertitel: Nieuw Licht op het feminisme. Laten we hier heel even bij stilstaan. Hij — een witte mannelijke heteroseksuele hoogleraar — laat dus zijn ’nieuw licht’ schijnen op ‘hét feminisme’. Dit is niets anders dan ouderwetse mansplaining. Daar blijft het echter niet bij. Als PR ter bevordering van de boekenverkoop is er een aantal filmpjes op YouTube gezet. In één ervan werpt Engelen zijn ‘nieuw licht’ op het begrip ‘mansplaining’. Daarbij ontgaat het hem volledig dat hij in feite het mansplainen aan het mansplainen is.

Intersectionaliteit: een theorie van oppressie

Zoals Vintges in haar boek laat zien, betekent feministische maatschappijkritiek dat je je bezig houdt met het blootleggen van machtsstructuren in de samenleving, en wel om ze uiteindelijk te kunnen bestrijden.

Een van de huidige feministische theorieën die dit poogt te doen, staat bekend als intersectionaliteit. Het is een theorie van oppressie — en niet van verschil. Een analyse-instument dat een heel specifiek vocabulaire en manier van denken aanreikt en zodoende een radicale en steekhoudende kritiek mogelijk maakt op zowel de samenleving als ook haar wetten en instituties. Wat dan zichtbaar wordt, zijn de verschillende intersecties van institutionele macht, oftewel privilege en dus oppressie.

Intersectionaliteit vindt haar oorsprong in de geleefde ervaringen van zwarte lesbische feministen en onderscheidt zich alleen daarom al van het liberale of witte feminisme, waarbij het liberale dus in nauw verband staat met het neoliberale. Niet voor niets is het intersectionele denken dan ook een van de onderwerpen in Vintges boek. Een boek dat juist de pluraliteit van het feminisme wereldwijd laat zien. Onder andere aan de hand van de hoofdstukken: Women’s Freedom Practices in World Perspective en Muslim Women’s Freedom Practices. Daar wordt het denken in meervoud goed zichtbaar.

'Intersectionaliteit is een analyse-instrument dat radicale maatschappijkritiek mogelijk maakt.'Click To Tweet

Welnu, de intersectionele analyse krijgt inmiddels ook in Nederland een steeds groter wordende bekendheid. Wat echter vooral opvalt, is de manier waarop deze revolutionaire theorie van oppressie niet alleen niet wordt begrepen, maar steeds vaker voor mannen en witte vrouwen het doelwit is van hun niet zelden ongeïnformeerde kritiek.

Onlangs nog door Linda Duits — docent aan de Universiteit Utrecht — in twee interviews over haar net verschenen boek Dolle Mythes — een frisse factcheck van feminisme toen en nu. In de Trouw is zij het eens met de stelling van de journalist dat — ik citeer — “[c]ritici jonge feministen [verwijten] dat ze te theoretisch bezig zijn met ‘intersectioneel denken’ en ‘bewustwording’, terwijl ze weinig concrete eisen hebben.” Iets wat Duits enorm irriteert. In Folia is ze van mening dat “de feministen van nu graag dwepen met hun intersectionaliteit”.

Op een zelfde soort wijze valt ook Engelen deze kritische maatschappijtheorie aan. Intersectionele feministen zouden verraad hebben gepleegd door de begrippen ‘klasse’ en ‘klassenstrijd’ van het toneel te hebben geveegd door enkel nog te focussen op andere categorieën zoals ‘ras’, etniciteit, gender en seksuele voorkeur.

‘Hippe identiteitspolitiek’

De wortels van dit verraad denkt hij reeds bij De Beauvoir te kunnen ‘ontwarren’: haar feminisme zou enkel gericht zijn op het ’masculiene prerogatief’ (sic) om in het openbaar te spreken. Deze gelijke deelname aan het politieke leven moest door de vrouw worden opgeëist. De Beauvoirs boek zou volgens Engelen dan ook niet meer zijn dan “een pamflet dat in existentialistische termen de masculinisering van de vrouw bepleit, hetgeen betekent: niet trouwen, geen kinderen krijgen, niet zogen, noch zorgen.” Iets dat  “verduiveld veel [lijkt] op het neoliberale feminisme van vandaag de dag”.

Dit neoliberale feminisme is voor hem de intersectionaliteit, die niets anders zou zijn dan een ‘hippe identiteitspolitiek’ met te veel nadruk op de onderlinge verschillen tussen individuen. En dat terwijl politiek volgens hem toch echt wel zou moeten gaan over klasse en klassenstrijd. In zijn visie heeft politiek helemaal niets te maken met individuen, maar met de categorieën die de ‘maatschappelijke breuklijnen aanduiden’. Wat links dan ook zou moeten doen, is zich te verenigen rondom een breed maatschappelijk hervormingsprogramma dat zich inzet voor klimaat en kapitaalverdeling.

Volgens hem is de emancipatie van gemarginaliseerde minderheden, zoals de vrouw, niet onbelangrijk, maar wel degelijk ondergeschikt aan zijn hoger doel. De individuen kunnen hem dus eigenlijk helemaal niets schelen. Zeker niet de gemarginaliseerde.

Het is onbegrijpelijk dat hij zo blind kan zijn. Enerzijds voor zijn eigen patriarchale waterhoofdpositie. Ten tweede voor het feit dat zijn kritiek op het feminisme eigenlijk een kritiek is op het liberale witte feminisme. En last but not least dat zijn pleidooi voor ‘vereniging onder de categorie klasse en kapitaalverdeling’ in feite niets anders is dan de neoliberale gedachte van het zogenaamde trickle-down effect.

De neoliberale trickle-down-theorie

De trickle-down-theorie is de idee van het laissez-faire kapitalisme dat belastingvermindering voor de rijken onvermijdelijk ook de armen ten goede zal komen, omdat er dan banen, salarissen en dus een groeiende economie zou volgen waar iedereen van zou gaan profiteren.

Als het nu gaat om Engelens nieuw licht op hét feminisme, dan zegt hij in feite dat de gemarginaliseerde minderheden hun strijd tegen de verschillende vormen van institutionele oppressie maar moeten staken en mee moeten vechten voor zijn doel. Want dan zullen ze op de een of andere vage manier wel gaan profiteren van de algemene klassenstrijd.

De vraag die hij echter niet stelt — en dus ook niet beantwoordt —, is:

Stel dat zijn klassenstrijd gestreden en gewonnen is, gaat hij zich dan alsnog inzetten voor de gemarginaliseerde minderheden? Of gaat hij dan met pensioen?

Zowel Engelen en Duits als ook de liberale witte feministen kan ik alleen maar aanraden om zich toch maar beter te informeren over wat intersectionaliteit werkelijk is alvorens nogmaals zo gedachteloos hun ongefundeerde meningen te gaan verkopen in boeken, YouTube filmpjes en interviews die alles behalve werkelijk feministisch, laat staan werkelijk maatschappijkritisch zijn.


 

More from Heidi Dorudi

Iran ligt niet in ‘het Midden-Oosten’! Over de macht van namen en woorden

‘Vatan’ is de Perzische naam voor wat men hier ‘geboorteland’ noemt. Mijn...
Read More