Paradigma: democratie is de singuliere nationale wil

democratie

“Could you please reboot this year? Somebody? Anybody? Please?” Deze uitroep van innerlijke vertwijfeling maakte ik kort geleden publiek in een statusupdate op Facebook. Een vertwijfeling die zich eigenlijk al kort na de jaarwisseling aankondigde toen ik vanuit een niet nader te bestemmen gevoel riep dat 2016 een beslissend jaar gaat worden. Die stemming heeft me sindsdien steeds vaster in de houdgreep, en wel telkens als ik de actuele wereld bewust bij me binnen laat komen. Een wereld waarin niet alleen de effecten van de man-made global warming meer en meer zicht- en voelbaar worden, maar waarin ook het algehele politieke gebeuren steeds onbegrijpelijker wordt. Wat ik hiermee bedoel, wordt krachtig gevisuliseerd in deze korte compilatie van The Guardian van de meest verscheurende wereldgebeurtenissen die plaatsvonden in het bizar korte tijdsbestek van amper 30 dagen in de zomer van 2016.

Het is absurd, alleen: het gebeurt echt

Dit allemaal is zo ontzettend absurd. Maar het kán helemaal niet absurd zijn, want het gebeurt echt! Het is alsof de global warming niet alleen de aarde, maar ook de hoofden van heel veel mensen op hol laat slaan waardoor de grenzen van tipping points fataal worden overschreden. Een mentale global warming die zich niet alleen afspeelt in de hoofden van de huidige en wellicht toekomstige politieke wereldleiders, maar eveneens in de hoofden van arme mensen die aan het doordraaien zijn. Dat het zo absurd aanvoelt, heeft wellicht met de adembenemende snelheid te maken waarop de gebeurtenissen elkaar opvolgen en waardoor de tijd met enorm grote en snelle schreden aan me voorbij lijkt te razen. Je weet ’s ochtends nooit welke nieuwe onbegrijpelijkheid zich heeft voorgedaan in de uren van slaap die meer dan ooit een bescherming bieden tegen de absurditeiten in de wereld van 2016.

Omdat het zo snel gaat, krijg ik nauwelijks voldoende tijd om na te kunnen denken over wat er eigenlijk werkelijk aan de hand is. Naast dit gehaaste tijdsgebrek wekken al deze gebeurtenissen bij mij ook nog een innerlijke turbulentie op die vergelijkbaar is met de gevolgen van vulkaanuitbarstingen, overstromingen en aardverschuivingen. Die innerlijke turbulentie heeft een naam: ontheemdheid. En ontheemdheid is niets anders dan het gevoel van existentiële angst. Een angst die ik al te goed ken en daarom ook snel kan duiden. De laatste tijd bezoekt zij mij steeds vaker. Angst is benauwend, maar angst is — zoals Søren Kierkegaard mij heeft geleerd — iets anders dan vrees. Angst is volgens hem enerzijds een teken van onvrijheid, maar tegelijkertijd is dezelfde angst een vingerwijzing naar de weg die juist kan leiden tot vrijheid. Inmiddels weet ik dat ik bij dit soort angstgevoelens toch de tijd moet nemen om na te denken. Dat ik op onderzoek uit moet gaan. Dat ik moet gaan lezen. Dat ik, zeker nu, heel kritisch moet zijn en mijn eigen eerste vooroordeel moet opschorten. Mijn vooroordeel dat te snel en reflexachtig vanuit de heup van mijn primaire angstreacties geschoten wordt. Opschorting is de enige weg die me kan leiden naar een weloverwogen, want getoetst oordeel. Het enige oordeel dat er echt toe doet. En dit betekent in eerste instantie dat ik vooral niet zomaar klakkeloos meningen zal overnemen. Zeker niet al die meningen die in deze donkere en xenofobe tijden te snel en te gedachteloos — met meer of minder paniek, of met meer of minder betweterigheid — de wereld in worden geschreeuwd.

De nihilistische façade van de ‘democratie’

Wat mij steeds meer op politiek niveau opvalt, is de manier waarop de eigenlijke waarde — en dus betekenis — van de idee van democratie op nihilistische wijze tot een holle façade wordt gemaakt: een waardeloze façade van plastic. De enige en uiterst eenzijdige ‘waarde’ van deze façade van oneigenlijke ‘democratie’ is dat men de eigen willekeur en gier naar macht erachter kan verschuilen. Er zijn telkens meer mensen — zo lijkt het — die tot zoiets in staat zijn en daar ook nog succesvol in zijn; helaas. De meest prominente figuren in dit toneelstuk van de plastic fantastic ‘democratie’ zijn op dit moment Donald Trump, Geert Wilders, Nigel Farage en Boris Johnson; om maar een klein aantal bij naam te noemen. Ondertussen siert ook Recep Tayyip Erdoğan mijn persoonlijke Top 10 lijst van de meest ‘democratische’ politici anno 2016.

Er zijn minder goede en zeer goede analyses geschreven over Erdoğans Turkije van na de mislukte militaire coup van 15 juli 2016. De voor mij waardevolste artikelen zijn die, die enerzijds de geschiedenis in het oog houden en anderzijds het gedachtegoed van bepaalde denkers inzetten als instrument om een specifieke situatie te kunnen analyseren en kritisch te beoordelen. Dit soort teksten helpen mij in mijn zoektocht naar de betekenis van wat er sinds die bewuste 15 juli aan de hand is. Zo is er bijvoorbeeld een NRC artikel van Michiel Leezenberg. Daarin stelt Leezenberg een belangrijke vraag die je volgens mij niet alleen over Turkije moet stellen, maar net zo goed over de algehele gesteldheid van de wereld van nu: “Wanneer is het misgegaan, en waarom?” Heel blij ben ik met zijn opmerking dat het in het Turkije van Erdoğan niet gaat om het ‘ware gezicht van de islam’. Te veel mensen in het Westen hebben er in mijn ogen moeite mee het substantiële verschil te zien tussen de islam, die geen monoliet is, en een regering, zoals bijvoorbeeld in Iran, die onder de vlag van autoritaire en patriarchale interpretaties van de ‘ware Islam’ de individuen en de verschillende volkeren van hun land onderdrukken en achtervolgen. Wat niet gezien wordt, is dat het nimmer gaat om ‘de’ islam, maar puur om macht en het behoud van macht na een machtsgreep. Een machtsgreep die overigens ook had kunnen mislukken hetgeen dan ook de reden is dat men het behoud van die macht bijna uitsluitend realiseert via repressieve middelen. Wat Leezenberg vooral laat zien, is dat Erdoğans motieven eerder gebaseerd zijn op een neoliberaal economisch principe dan op religieuze gronden. De president van Turkije volgt al sinds geruime tijd een principe dat sinds het bestaat de wereld niets dan slechts heeft gebracht, aangezien dit systeem gebaseerd is op een inherente structuur van ongelijkheid, uitsluiting, uitbuiting en dus geweld. Hierdoor is het neoliberalisme voor mij meer dan enkel een niet te vermijden euvel: het is een wijdverbreid — want geglobaliseerd — moreel kwaad.

De top-down ‘democratie’ van de singuliere ‘nationale wil’ die belichaamd wordt door Erdoğan

Dat Erdoğans Turkije niets met echte democratie van doen heeft, maar eerder totalitair van aard is, wordt ook inzichtelijk gemaakt door Ayça Çubukçu. Hij laat zien hoe Erdoğan ‘het volk’ aan het mobiliseren is om iets dat die al jaren van plan is te realiseren. Namelijk: het wijzigen van de constitutie teneinde zijn ‘Nieuw Turkije’ met een presidentieel systeem op te richten. Het meest pregnante gegeven hierbij is dat 15 juli nu al door Erdoğan uitgeroepen is tot nationale feestdag: ‘een historische dag met de waarde van een eeuw’. Sinds de coup poging zet Erdoğan kennelijk elk middel in om de straten en de pleinen van bovenaf te vullen met ‘het volk’. Zo is het openbaar vervoer als ook de mobiele telefonie in Istanbul nu gratis en heeft elke burger een sms’je ontvangen van the president himself met het nadrukkelijke verzoek tot nader order vooral te gaan demonstreren na het werk. En dat allemaal om ‘de democratie te verdedigen’. Zoiets verzin je alleen vanachter de façade van de ‘democratie’. Want wat heeft een dergelijk van bovenaf opgelegd demonstreren überhaupt nog te maken met echte democratie?

Çubukçu beschrijft hoe sommige mensen verlamd door angst thuis blijven, terwijl er 10 duizenden zijn die elke avond de straten vullen. Mensen die volgens Erdoğan een manifestatie zijn van de singuliere ‘nationale wil’ die door niemand minder dan door hem als opperbevelhebber wordt belichaamd. Maar tegelijkertijd heeft hij de noodtoestand uitgeroepen en heeft de politie de willekeurige en dus angstaanjagende macht in handen om te kunnen beslissen over het lot van miljoenen mensen die Erdoğan niet blind en onkritisch steunen. Precies dit willekeurige machtsgebruik is wat ik in mijn vorige artikel poogde te laten zien aan de hand van Walter Benjamins gedachtegoed over de spookachtige macht zonder gestalte van het politionele instituut. De huidige situatie in Turkije maakt de ambiguiteit van deze macht — en aan wie ze werkelijk dienstbaar is — in mijn ogen zo ontzettend scherp zichtbaar. Het contrast met bijvoorbeeld de bottom-up Gezi Park-demonstraties die hardhandig teneer werden geslagen, is zo scherp dat je het niet meer zomaar kunt negeren. Dit toont des te meer de dubbelzinnige macht die nu juist wordt uitvergroot en niet meer verborgen kan blijven. De gevolgen van de nu blootgelegde willekeur van Erdoğans ‘democratie’ beschrijft Çubukçu op eenvoudige, maar kristalheldere manier: “Kan men het land verlaten? Dat hangt af van wat je doet. Kan men hun mening openbaar maken? Ook dat hangt af van wat er gezegd wordt en tegen wie.”

If you try to do away with plurality, you become genocidal

En dan zijn er natuurlijk ook nog de enorme zuiveringsacties die sinds the day after in verstikkend tempo gaande zijn. Zowel binnen de staat als in de samenleving. Çubukçu beschrijft hoe de volgers van de Republican People’s Party — een ander seculier en sociaal democratisch deel van ‘het volk’ — naast de Erdoğan-aanhangers op 24 juni 2016 demonstreerden op het Taksimplein in Istanbul. Meer dan 100.000 mensen lieten de leus horen “Geen coup, noch dictatuur!” Ook zij claimen de democratie te verdedigen. Het belangrijkste is volgens Çubukçu echter dat zij demonstreerden om te laten zien dat de ‘nationale wil’ niet één uniforme wil is, maar pluraal en divers, en dat deze wil niet belichaamd wordt door een Erdoğan. Zelfs niet als de rechtsorde op non actief is gesteld door het afkondigen van de noodtoestand. Of, zoals ik hier graag aan toe wil voegen, door het schorsen van het Europees Verdrag van de Mensenrechten. Volgens Çubukçu hebben de twee Turkse parlementaire oppositiepartijen inmiddels ingestemd in een onderhoud met Erdoğan. Maar — en daar gaat het nu juist om als je wilt spreken over ‘het volk’ — de links georiënteerde Koerdische beweging, de Peoples’ Democratic Party, is uitgesloten van deze bijeenkomst. En dat ondanks dat deze partij miljoenen mensen vertegenwoordigt in het parlement.

Het meest veelzeggende van het artikel is voor mij vooral Çubukçus laatste alinea: “In Turkey, “the people” has become a question of emergency. Who can speak, arrest, judge and kill in the name of it? If the people must be represented, who can legitimately represent it? In his decisive attempt to restructure the state and change the constitution of Turkey, the greatest task of President Erdoğan will be to prove to be “the people.” And the task of the opposition will be to prove him wrong.” De beslissende vraag is dus of de pluraliteit in Turkije mag blijven bestaan of niet. En exact hierin zit de kern van de reden waarom ik me telkens weer met groot geweld gestoten voel in dat turbulente innerlijke gevoel van angst, namelijk: welk antwoord krijgt deze vraag in Turkije? Welk antwoord krijgt deze vraag in de Verenigde Staten indien ook daar het absurde een realiteit wordt en Trump de volgende POTUS? Of in Frankrijk? Of hier in Nederland? Wat als ook hier het absurde niet langer absurd is en Wilders daadwerkelijk de volgende premier is van Nederland? Wat gebeurt er dan met de substantieel bestaande, maar oh zo kwetsbare pluraliteit? Niet alleen in deze landen, maar overal ter wereld?

Wat de betekenis is van pluraliteit heb ik geleerd van Hannah Arendt. Pluraliteit betekent voor haar dat de wereld bewoond wordt door unieke en bijzondere mensen. Mensen die slechts twee dingen gemeen hebben: hun mens-zijn en het feit dat ze dezelfde aarde bewonen. Voor de rest verschillen ze van elkaar. Het feit dát we de wereld delen met anderen die anders zijn, is voor Arendt een voorwaarde die niet alleen noodzakelijk is, maar vooral voldoende voor iedere vorm van het politieke leven. En ons politieke leven omvat alles dat wij doen in de publieke en dus politieke ruimte. Deze ruimte is niets anders dan de wereld die wij, ieder van ons, elke dag met elkaar scheppen en wel door middel van ons openbare handelen. Pluraliteit is dus de basisvoorwaarde van al het politieke. En dit is waar het echt om gaat: de eigenlijke betekenis van deze pluraliteit is niets minder dan vrijheid. Ja, vrijheid. Precies die vrijheid is het waar het uiteindelijk om ging in de hele idee van de liberale democratie.

Mijn angst om deze vrijheid — om mijn vrijheid, om de vrijheid van ieder individu dat de ‘Ander’ is, of dat kritisch is en soeverein — wordt het beste verwoord door de manier waarop Judith Butler Arendts perceptie van pluraliteit heel puntig in deze paar woorden giet:

If you try to do away with plurality, you become genocidal.

En wat genocide is, dat weten we. De geschiedenis heeft ons al meer dan één keer het uiterst willekeurige, totalitaire, banaal gedachteloze en morele kwaad van genocide laten zien.


Dit artikel is oorspronkelijk verschenen bij Vileine.com.


 

More from Heidi Dorudi

Iran ligt niet in ‘het Midden-Oosten’! Over de macht van namen en woorden

‘Vatan’ is de Perzische naam voor wat men hier ‘geboorteland’ noemt. Mijn...
Read More