Paradigma: journalistsplaining

journalistiek

Er is een boek dat helaas nog niet vertaald is — niet naar het Nederlands, noch naar het Engels. Het boek draagt de titel Vom Versuch nicht weiß zu schreiben. Oder: wie Journalismus unser Weltbild prägt. De Nederlandse titel zou kunnen luiden: Over de poging niet wit te schrijven. Of: hoe journalistiek ons wereldbeeld vormt. Dit in mijn ogen uiterst belangrijke boek is geschreven door de Duitse journaliste Charlotte Wiedemann. In haar inmiddels meer dan drie decennia durende journalistieke carrière heeft ze in 26 niet-Europese — vaak islamitische — landen gewerkt. Daarnaast heeft ze een tijdje in Zuidoost-Azië geleefd. Met dit boek nodigt ze ons uit haar werkplek binnen te stappen. Een plek die ze omschrijft als “een werkplaats van het schrijven, van het ervaren, van de reflectie”. Ze vraagt zich af wat journalisten überhaupt kunnen begrijpen van de ‘vreemdeling’, van de ‘Ander’. Hoe waar is hun journalistiek eigenlijk die ze als ‘de werkelijkheid’ weergeven? Of anders gevraagd: waar ligt de grens waar toegestane creativiteit eindigt en vervalsing begint?

Wat daarbij telkens weer beslissend is, is het mensbeeld dat onze perceptie en bijgevolg ook ons wereldbeeld vormt. Wiedemann stelt vast dat er een algemeen onvermogen bestaat ‘in meervoud te denken’ als het gaat om mensen die deel uitmaken van ‘groepen’ die anders zijn dan witte mensen. Over deze groepen wordt gepraat en gedacht alsof het enkelvoudige en in zich afgeronde entiteiten zijn, zoals bijvoorbeeld de ‘Moslims’, of de mensen in ‘Afrika’, of de ‘zwarte feministen’. Als al deze mensen, die de ‘Ander’ zijn, niet als individuen worden beschouwd, dan wordt de diversiteit van hun levensstijlen simpelweg ontkent. En deze ontkenning, deze negativiteit, is hét kenmerk voor een ‘denken in enkelvoud’. Het is denken vanuit een dominant ‘wit’ en dus westers-centrisch wereldbeeld, terwijl onze wereld toch echt polycentrisch is, met een palet dat de rijkdom kent van alle mogelijke kleurschakeringen die er bestaan tussen ‘wit’ en ‘zwart’.

Een journalistiek van bescheidenheid en respect

De manier waarop westerse media echter over mensen van andere culturen schrijven, over hun overlevenden van rampen en oorlogen, veroorzaakt vaak distantie en verruwing. Terwijl er juist dan deelneming en een behoedzame omgang met slachtoffers urgent is. Daarom pleit Wiedemann voor een ‘journalistiek van bescheidenheid en respect’.

Bescheidenheid betekent voor haar zich als witte journalist bewust te zijn van de grenzen van het eigen inzicht en van de relativiteit van de eigen oordelen. Respect dient volgens haar allereerst uit te gaan naar de personen over wie de journalisten schrijven: ook zij zijn burgers, ook zij zijn mensen. Tegelijkertijd dient er ook respect uit te gaan naar de gebruikers van de westerse media. Die worden immers continu blootgesteld aan een ‘bedwelmende en ziekmakende stormaanval van berichten zonder context’. Wanneer zowel context als ook bescheidenheid en respect ontbreken, dan bevestigt en versterkt het witte, enkelvoudige denken zichzelf alleen maar. Het wordt dan bijna onmogelijk om uit de vicieuze cirkel van eenzijdige, verkeerde oordelen te kunnen stappen.

De ‘gekleurde’ of ‘zwarte’ mensen zijn voor witte mensen de ‘Anderen’. Wit zou namelijk neutraal zijn: onzichtbaar en zonder vooroordelen. Daarom spreekt men in het Nederlands dan ook liever van ‘blank’. “Blank en dus neutraal te zijn, is hoe een wit iemand gevormd is,” zegt Wiedemann. Je kunt niet uit je huid stappen, ook niet uit je eigen onzichtbare kleur. Niet wit te schrijven, kan daarom alleen een poging zijn. Een bezonnen poging om een blik op de wereld te werpen die vrij is van de nauwte van het westers-centrische perspectief. Zo’n poging is alleen mogelijk als er bewust en opzettelijk gekozen wordt voor context, bescheidenheid en respect.

Meervoudig en dus intersectioneel denken betekent rekening te houden met privilege

Voor mij betekent Wiedemanns poging niet wit te schrijven dat je ook als wit mens intersectioneel gaat denken. En als je intersectioneel denkt, dan houd je rekening met het fenomeen dat ‘privilege’ heet. De realiteit is echter dat veel mensen meteen in het defensief schieten als ze aangesproken worden op hun wit of mannelijk privilege. Ze voelen zich gekwetst, omdat ze denken dat dit dan per definitie zou betekenen dat zij als individu uitgemaakt worden als racist of seksist. Hun verdediging uit zich dan in een beschuldiging van reverse racism en reverse sexism. Maar lieve mensen: dit zijn en blijven mythes!

Tot overmaat van ramp wordt dan ook nog geroepen dat je de ‘kloof alleen nog erger maakt’ en dat je ‘alleen maar polariserend bent’ als je de realiteit van geïnstitutionaliseerd privilege beter probeert uit te leggen door bijvoorbeeld te wijzen op de betuttelende, respectloze en infantiliserende gewoonte van whitesplaining en mansplaining. Wat daarbij echter telkens weer wordt vergeten, is dat privilege alles te maken heeft met sociale macht en autoriteit die volledig  asymmetrisch en onrechtmatig verdeeld is. Het voordeel ligt onevenredig aan de kant van mannen en witte mensen die vanwege dit aangeboren voorrecht in de mogelijkheid zijn om regels, wetten en beeldvormingen te bepalen, te controleren en in stand te houden. Juist door deze scheve sociale en culturele machtsverhouding zijn racisme en seksisme nog steeds aan de orde van de dag.

En het is niet alleen macht die asymmetrisch is verdeeld. Tot het witte denken behoort hoe witte mensen het begrip ‘mobiliteit’ alleen voor zichzelf gereserveerd hebben en de ‘Ander’ deze mogelijkheid om zich vrij te bewegen in de wereld ontzeggen. Wiedemann laat dit zien door ons te wijzen op de titelpagina van haar boek: “[O]nze blik [glijdt] langs een vrouw in een Malinees dorp; haar zoon heeft zich begeven op de gevaarlijke, clandestiene reis naar Europa. Ze is al weken zonder nieuws.”

Je privilege gebruiken om ruimte te scheppen voor de ander

Het kan daarom niet vaak genoeg herhaald worden wat privilege is en wat de gevolgen ervan zijn voor miljarden mensen in de wereld. Voor hun structurele ongelijkheid en machteloosheid. Voor hun structurele belemmering zich vrij te kunnen bewegen in de wereld. Daarbij gaat het niet alleen om fysieke, maar ook om sociale mobiliteit. Privilege zorgt ervoor dat de mogelijkheid om tot een hogere sociale klasse te gaan behoren per definitie non-existent is. Het is een mythe dat dubbeltjes kwartjes kunnen worden, omdat het een mythe is dat ongelijkheid goed is voor de sociale mobiliteit.

Een van de beste manieren om de structurele en geïnstitutionaliseerde ongelijkheid van privilege uit te leggen, is voor mij nog steeds deze illustratie van de wijze waarop een leraar zijn pupillen leert wat privilege en sociale mobiliteit precies inhouden. De illustratie is vooral waardevol, omdat ze privilege uitbeeldt zonder zich daarbij te concentreren op huidkleur, sekse of sociale klasse.

Willen we dus intersectioneel zijn en ons bekwamen in een meervoudig denken en handelen, dan moeten we ons allereerst bewust worden van het eigen individuele privilege. Dit voorrecht kan dan worden ingezet om plaats te maken voor mensen die niet beschikken over een dergelijke sociale macht. Het gaat erom dat je ruimte schept door opzij te treden en het podium te geven aan de onbevoorrechte mensen. Een podium waarop hun stem even luid en duidelijk gehoor en autoriteit kan krijgen als de jouwe. Het gaat vooral ook daarom hen niet in de weg te staan door te roepen dat ze polariserend zijn zodra ze zelf op autonome en krachtige wijze eindelijk de ruimte innemen die hen continu ontnomen is.

Het gaat kortom om bescheidenheid, respect en context.


Dit artikel is oorspronkelijk verschenen bij Vileine.com.


 

More from Heidi Dorudi

A new year, a new number

A new year? A new number! That is the only change. Accumulation...
Read More