Waar is De Dissident?

dissident
(Photo by Thomas Roberts on Unsplash)

Voor wie de afgelopen jaren onder een steen heeft gelegen: de gevestigde nieuwsmedia hebben het zwaar. Hun abonnees blijven weglopen en hun oplagen blijven afnemen. Wie gaat er ook nog betalen voor nieuws als je het tegenwoordig gratis van het internet kunt plukken? Nou, best nog wel wat mensen dus. Als je er maar voor zorgt dat je kwalitatief hoge en ‘volledig onafhankelijke’ journalistiek serveert, zo zeggen ze bij De Correspondent.

En ze hebben hun gelijk bewezen. Het online platform — in 2013 in het leven geroepen door een wereldrecord in crowdfunding — heeft de afgelopen jaren een spectaculaire groei doorgemaakt. De teller staat inmiddels al op 56.000 leden. En als een van de weinige nieuwsmedia in de wereld bestaat zij vrijwel geheel op basis van lidmaatschapsgelden. Een oude formule waarvan de tijd weer is gekomen, zo blijkt. De Correspondent weert zich van advertentie-inkomsten die ze kan verkrijgen via andere bedrijven. Daarbij is de organisatie tevens uitgerust met een winstdrempel, zodat het voor haar eigenaars en andere investeerders niet rendabel genoeg is om winstmaximalisatie na te streven met het nieuwsmedium. Door zo de vraatzuchtige bedrijfswereld op een afstand te houden, is De Correspondent in een unieke positie om in haar publicaties een maatschappelijk boven een economisch belang te stellen.

Het succes achter De Correspondent is gestoeld op haar progressieve filosofie. Alles in de journalistiek hoort om consistente zelfreflectie en zelfverbetering te draaien — zo kunnen we opmaken uit haar manifest. Het is echter niet de bedoeling dat de zelfkritiek de journalist verleidt tot apathie. In tegenstelling tot de geijkte nieuwsmedia moedigt De Correspondent haar journalisten juist aan om hun maatschappelijke verantwoordelijkheid te nemen en idealisme in het werk naar voren te laten komen.

En daar blijft het niet bij. De Correspondent is ongeëvenaard in haar overtuiging dat ook het nieuwsmedium zelf een maatschappelijke verantwoordelijkheid heeft. De organisatie dient een voorbeeld te stellen in het realiseren van idealen. Of zoals men het zelf bij De Correspondent verwoordt: je moet ‘niet alleen lullen, maar ook poetsen’. Zo is haar publiek al te kennen gegeven dat men veel meer gaat doen aan het bevorderen van onder andere de diversiteit, privacybescherming en duurzaamheid binnen de organisatie.

Het maakt dat De Correspondent als een van de meest progressieve nieuwsmedia, of zelfs -organisaties, van Nederland mag worden beschouwd. Geen wonder dat zij dan ook in 2016 werd beloond met de prijs voor de meest sociale onderneming van het jaar.

Toch heeft elk journalistiek item meerdere kanten en dat betekent dat het ook bij De Correspondent niet alleen maar goed nieuws is wat de klok slaat. Zo werd mij als voormalig werknemer van De Correspondent al vrij snel duidelijk dat achter haar mierzoete vooruitgangsgeloof ook een opvallend hardnekkig conservatisme schuilgaat: geen van de progressieve initiatieven van De Correspondent tasten namelijk ooit de politieke verhoudingen binnen de organisatie aan.

Progressief van buiten, conservatief van binnen

Volgens de geestelijk vader van De Correspondent, filosoof Rob Wijnberg, zouden journalisten de media veel meer moeten benaderen als een machtsstructuur.

Welnu, dit is precies hoe ik naar De Correspondent ben gaan kijken. En wie de machtsstructuur van De Correspondent gaat onderzoeken, zal er al snel achter komen dat zij sinds de oprichting volkomen onveranderd is gebleven. Ondanks dat De Correspondent zichzelf steevast als een progressieve organisatie presenteert, is zowel de rechtsvorm als de bedrijfsstructuur gewoon die oubollige politieke constructie die de bedrijfswereld al eeuwenlang domineert. Ik heb het natuurlijk over: de ondernemersoligarchie.

Voor wie die term vreemd in de oren klinkt: het is dat kliekje mensen dat op je werk officieel alle touwtjes in handen heeft als het gaat om eigendom en bestuur van het bedrijf.

Bij De Correspondent ligt de politieke macht in de dagelijkse gang van zaken volledig bij de vier oprichters, te weten: de al eerder genoemde hoofdredacteur Rob Wijnberg, uitgever Ernst-Jan Pfauth, creatief directeur Harald Dunnink en technisch directeur Sebastian Kersten. De laatste twee vormen ook de eigenaars en het management van Momkai Media B.V., het digitale ontwerpbureau dat de website van De Correspondent ontwikkelt en onderhoudt. Op basis van hun eigendomsrecht hebben deze vier aandeelhouders zichzelf bovendien verkozen tot algemeen directeuren.

Niet bepaald een vooruitstrevendheid waar je de tranen van in de ogen springen, dus. Wat het allemaal nog problematischer maakt, is dat deze hopeloos verouderde vorm van politieke organisatie helemaal niet blijkt te corresponderen met de politieke idealen van De Correspondent. Verre van zelfs.

Voorbij de waan van democratie

Je hoeft dit woordje maar even in te tikken bij de zoekfunctie op haar website, en je bent er al snel achter: iedereen bij De Correspondent wil meer ‘democratie’. En niet van die lousy varianten, nee, de journalisten eisen verregaande democratische burgerparticipatie in alle gebieden van de samenleving. Van parlement tot gemeente, van de buurt tot de werkvloer.

Kleine correctie: behalve de eigen werkvloer natuurlijk.

Want zoals ik al aangaf, is De Correspondent zelf niet democratisch georganiseerd. Daar komt nog bij dat de oligarchie zo’n beetje de aartsvijand van democratie is. Het management heeft immers een monopolie op iedere eindbeslissing en alle werknemers zijn juridisch uitgesloten van democratische deelname aan de besluitvoming omtrent eigendom en bestuur.

‘Och jee,’ zul je denken, ‘die gasten die daar bovenop de macht zitten, staan natuurlijk niet te springen om hun bevoorrechtte positie op te geven.’ Nee, dat klopt. Van het management hoeven we ook weinig actie te verwachten. Macht maakt immers conservatief.

Maar geen nood! We hebben het hier wel over De Correspondent: dè plek waar journalistiek ècht onafhankelijk is. Waar de journalisten zich van hun meest progressieve kant laten zien. Waar ze het felst gekant zijn tegen machtsstructuren, en waar ze geloven in het belang van verdere democratisering.

Daarom is het zo verrassend dat ik in mijn tijd bij De Correspondent nooit ook maar één journalist ben tegengekomen die het lef had om het contrast tussen de door hun beschreven democratische idealen en hun ondemocratische werkcontext aan te kaarten. En dat is inclusief de meest gepassioneerde democraten onder hen, jawel.

‘Dat moet de journalisten dan toch veel cognitieve dissonantie opleveren,’ hoor ik je denken. Nee hoor, het gaat hier gewoon om ouderwetse mafferpraktijken, een keurkorps van  onderzoeksjournalisten die zich openlijk solidair tonen met hun bedrijfsleiding en diens recht om de grenzen van hun democratie te bepalen. Driewerf hoezee voor de politieke status quo.

En voor NIMBY. Hè, wat? Je weet wel, NIMBY: ‘Not In My Back Yard’, onsterfelijk gemaakt door George Carlin. De Amerikaanse cabaretier geselde hiermee van die hypocriete lui die vurig maatschappelijke veranderingen toejuichen, zolang ze maar niet bij hen in de buurt worden gerealiseerd.

Als het gaat om democratie, dan zien we bij De Correspondent precies die houding terug. En wel in een eensgezinde vorm. Voor een conservatieve directie en conformistische journalisten kan democratie niet gek genoeg zijn, zolang het maar wel elders wordt uitgeprobeerd.

De onzin van onafhankelijke journalistiek

Met zo’n contrast tussen politieke organisatie en politieke idealen kun je je natuurlijk afvragen hoe het zit met de — toch al wankele — bewering dat De Correspondent onafhankelijke journalistiek zou aanbieden.

Wankel, want De Correspondent beweert keer op keer dat journalistiek nooit objectief kan zijn, maar tegelijkertijd meent ze dus wel te kunnen pretenderen dat journalistiek ‘volledig onafhankelijk’ kan zijn. Yo, check dit: je kunt niet aan de ene kant de invloed van sociale factoren erkennen om ze aan de andere kant weer te ontkennen.

De Correspondent weet ook wel dat journalistiek mensenwerk is en dus altijd wordt geproduceerd onder invloed of druk van buitenaf. Denk alleen al aan zoiets onschuldigs als feedback van naasten of collega’s.

Betrekkelijk minder onschuldig is echter de kwestie dat er bij een mediabedrijf ook altijd sprake is van invloed van bovenaf. Ik heb het over de politieke verhouding tussen werkgever en werknemer. Want vergeet niet dat de journalisten van De Correspondent ook gewoon maar werknemers zijn en derhalve dus wettelijk ondergeschikt aan een werkgever die hen kan aannemen, belonen, berispen, en ontslaan.

Yep, daarmee wil ik inderdaad zeggen dat het management van De Correspondent in een uitgelezen positie is om de politieke koers van de organisatie te kunnen blijven bepalen. Dit is geen aanklacht, en ook geen complottheorie. Dit is een nuchtere diagnose van alledaagse werkverhoudingen. Ik zou het liever willen noemen: Business, as usual.

Niemand zegt hier ook dat het in stand houden van een harmonieuze verstandhouding tussen werknemer en werkgever per se een initiatief van de laatste zou moeten zijn. Hee, ik weet inmiddels ook wel dat er van die werknemers zijn die zich identificeren met hun baas en diens behoeften. Tja, het is wat het is. Shit trekt nu eenmaal vliegen aan. Altijd al zo geweest.

De Correspondent: progressief van buiten, conservatief van binnen.Click To Tweet

Kijk, ik wil best geloven dat de mate van journalistieke vrijheid kan verschillen per context, maar kom op man, geen mediabedrijf kan met droge ogen beweren dat zij volledig onafhankelijke journalistiek voorschotelt.

Als klap op de vuurpijl is De Correspondent ook nog eens helemaal niet verlost van de invloed van andere bedrijven. De helft van haar management wordt immers gevormd door de eigenaars van Momkai, een bedrijf zonder winstdrempel dat honderdduizenden euro’s heeft geïnvesteerd in De Correspondent.

Ja, ik weet zeker dat haar bazen staan te popelen om hun geld en macht door de plee te spoelen door even democratisering van de werkvloer toe te laten.

En de directie geeft nota bene zelf aan dat De Correspondent en Momkai in de praktijk als één bedrijf functioneren. Of moet ik zeggen: als drie bedrijven in één, want er is ook nog Include B.V. bijgekomen, wederom een onderneming waarbij eigendom en bestuur verdeeld is onder —  je raadt het vast al — Wijnberg, Pfauth, Dunnink en Kersten. Dit bedrijf richt zich op het ontwikkelen van het redactieprogramma Respondens, waarvoor De Correspondent de afgelopen jaren als oefenruimte heeft gediend. Ter verduidelijking: het gaat hier om de creatie van een softwarecode die gepatenteerd en verkocht gaat worden, wederom zonder winstdrempel.

Natuurlijk weet niemand exact in hoeverre al deze politieke betrekkingen de onafhankelijkheid van De Correspondent beïnvloeden. Wel weet ik dat De Correspondenten zat correspondenten kent, maar alarmerend weinig dissidenten. En als je dat weet, is het niet zo verwonderlijk dat democratie bij De Correspondent in zo’n armoedige staat verkeert. Want wat doe je als journalist, of überhaupt als werknemer, wanneer je het niet eens bent met dit democratisch tekort?

De Fikkie van het Nederlandse mediakennel

De Correspondent blijft zich intussen gewoon presenteren als de onafhankelijke waakhond van de democratie. The show must go on. En ze speelt haar rol met verve, want een steeds groter aantal toeschouwers komt naar de voorstelling.

Ik weet wel dat veel van hen nu zullen denken: ‘Okay, dus De Correspondent is minder progressief dan je zou verwachten, maar ze is nog steeds het beste wat we hebben op het gebied van nieuwsvoorziening.’ En ze hebben helemaal gelijk. De Correspondent is een onmisbare aanwinst voor het Nederlandse — en misschien wel internationale — medialandschap.

Maar ik vind dat we meer mogen verwachten. Als De Correspondent de toekomst van de nieuwsmedia vertegenwoordigt, dan bewaar ik mijn dansmoves liever tot de afterparty van een mediarevolutie. Want even serieus: een werkelijk progressieve organisatie had inmiddels al flink wat verschillende soorten democratie uitgeprobeerd en haar lezers op de hoogte gehouden over de stand van zaken. Zo moeilijk was het niet.

Wat het echter moeilijk maakt, is dat De Correspondent alleen voor politieke vooruitgang staat, zolang het maar niet de macht van vier welgestelde witte, mannelijke ondernemers in gevaar brengt. Daarmee is zij niet de waakhond van de democratie, maar de schoothond van een gerecyclede oligarchie. De heldhaftige keffer die buitenshuis iedereen op een blafsalvo trakteert, maar voor de baas altijd *AF* gaat.

Als burgers mogen we toch zeker van avant-garde journalistiek wat meer ruggegraat verwachten. Het lijkt me zelfs een collectieve vereiste voor eenieder die een echt democratisch nieuwsmedium wil realiseren in de 21ste eeuw.

De Amerikaanse filosoof John Dewey zei het al: democratie moet thuis beginnen. Nou, geachte Correspondent: werk is zo’n thuis. (Vraag maar aan Rutger Bregman).

Dus voor alle verheven journalisten zal ik het nog even in zo’n — *zucht* — ‘achterhaalde’ Shakespeariaanse tegenstelling gieten:

Conformeren of confronteren, dat is de kwestie.


 

Tags from the story
, ,
More from Themis Anonymous

Anarchie bij De Correspondent: Fake News

Onlangs heeft De Correspondent een podcast gepubliceerd waarin Rob Wijnberg de toekomst...
Read More