Zomergastensplaining met Dyab Abou Jahjah

Abou Jahjah

Wat had ik me verheugd op VPRO Zomergasten 2016. Ik was heel erg benieuwd naar de manier waarop Thomas Erdbrink invulling zou gaan geven aan zijn rol als presentator. Onze man in Teheran had mij namelijk al bijzonder blij gemaakt met zijn vierdelige serie over Iran. Een serie die mij sentimenteel maakte, nostalgisch. Ik keek met gevoelens van heimwee en herkenning. Tranen van Sehnsucht wisselden af met tranen door uitbundige lachbuien, die ik tijdens het kijken whatsappend deelde met andere landgenoten.

Maar helaas, helaas. Vrij snel al tijdens de eerste uitzending met Dyab Abou Jahjah maakte mijn voorpret plaats voor een gevoel van teleurstelling en irritatie. Sowieso stoor ik me al langer aan het feit dat er steeds weer voornamelijk witte mannen gevraagd worden als presentator. In de 19 seizoenen die Zomergasten inmiddels kent, waren er 15 presentatoren, waarvan slechts drie — ja: drie! — vrouwen. Dat is zegge en schrijve 20%. Niet eens een kwart dus, terwijl de Nederlandse bevolking bestaat uit 50,5% vrouwen. Deze white male supremacy — gefinancierd met publieksgeld! — is vernietigend voor het in principe geweldige concept van dit programma.

Een enorm grote gemiste kans

Maar goed. Terug naar de eerste uitzending met Abou Jahjah. De hele controverse die eraan voorafging, heb ik nauwelijks gevolgd, omdat dit soort kinderachtig gedrag me steeds meer begint te vermoeien. Abou Jahjah daarentegen wekte direct mijn sympathie op. Hij geeft blijk van grote intelligentie en feitelijke en historische kennis, die prachtig gecombineerd is met filosofische inzichten. Allemaal eigenschappen die in het huidige tijdperk van een griezelig en gevaarlijk anti-intellectualisme meer dan welkom zijn. Abou Jahjah bracht bovendien een aantal kritische geluiden ter tafel die in mijn ogen meer dan urgent zijn om bespreekbaar te worden gemaakt. Al sinds decennia overigens. Alleen daarom al was het mijn tijd meer dan waard om drie uur lang naar deze uitzending te kijken en dat ondanks dat ik me telkens weer ergerde aan de manier waarop het gesprek liep; niet echt dus. Erdbrink luisterde gewoon niet naar wat Abou Jahjahs kritiek werkelijk behelst. Die kritiek ging namelijk niet om religie versus secularisme, maar om een soort maatschappijkritisch debat over de eeuwige Ander. Een debat dat ook in Zomergasten maar moeilijk op gang kwam, terwijl het zo verdomd nodig is. “Na 12 jaar in Iran te hebben gewoond, en de problemen in de regio niet alleen door een witte, westerse bril te hebben kunnen bekijken, had je toch beter moeten weten,” dacht ik de hele tijd. Wat een enorm grote gemiste kans. Bovendien leek het voortdurend alsof Erdbrink probeerde een gehaaide interviewer te zijn à la Sven Kockelmann. Iets dat ik bij voorbaat al problematisch en vooral superirritant vind. Wees liever een goede interviewer, dan kom je veel verder, en het programma inclusief de kijkers ook. Maar nee, dat gebeurde gewoon niet. Jammer, jammer, jammer. Wat zou ik toch graag een keer die drie uur tijd en dat platform tot mijn beschikking willen hebben.

De controversiële tweets van Abou Jahjah

Een inhoudelijk voorbeeld van waar ik me vreselijk aan stoorde, is Erdbrinks kruisverhoor over een paar tweets van Abou Jahjah. Het begint rond de 31ste minuut. Op een gegeven moment blijft Erdbrink hameren op een tweet die de strekking had van ‘islamofobie is antisemitisme 2.0’. Zijn interpretatie hiervan is dat Abou Jahjah ‘angst voor een geloof’ vergelijkt met ‘haat jegens een volk’, waarbij het ‘2.0’ volgens hem ook nog een stijging zou aanduiden. Dit kan niets anders betekenen dan dat Abou Jahjah met die tweet in feite wilde zeggen dat “hoe moslims nu behandeld worden erger is dan hoe joden tijdens de Tweede Wereldoorlog werden behandeld.” Hoe verzin je het? Vervolgens vraagt Erdbrink heel aanvallend en haast triomfantelijk — hier is hij duidelijk een gehaaide en dus géén goede journalist — “waarom Abou Jahjah deze vergelijking maakt.” Ik meen een glimlach van ongeloof te zien op Abou Jahjahs gezicht. Heel rustig antwoordt hij dat die analyse gewoon niet klopt. Hij legt uit dat islamofobie geen angst voor de islam is. En terecht, want dat is het niet. Net zoals homofobie geen angst voor homofielen is, maar haat jegens homo’s, is islamofobie haat jegens moslims. Een zeer bepalend verschil dus en het is best kwalijk dat Erdbrink dit verschil niet eens lijkt te kennen. Alleen dit al is in mijn ogen een grote tekortkoming voor een presentator van een dergelijk programma. Zeker als je een inhoudelijk gesprek aan het voeren bent over zulke geladen onderwerpen die omgeven zijn door talloze misvattingen. Laat het Erdbrinks intellectuele onwetendheid zijn. Dat kan, maar het is in deze dus best beslissend.

Tot overmaat van ramp is Erdbrink niet tevreden met die uitleg. Hij blijft tamboereren op de letterlijke betekenis van het woord ‘fobie’. Het is om gek van te worden, want hij wil gewoon niet aannemen waar de woorden ‘islamofobie’ en ‘homofobie’ voor staan en dat de echte betekenis ervan op maatschappelijk niveau — daar gaat het tenslotte om — haat en niet angst is. Als een klein kind dat zijn onwetendheid gewoon niet wil toegeven, klampt hij zich vast aan een onzinnige semantische discussie. Waarom? Het feit dat islamofobie steeds meer op antisemitisme begint te lijken, is bovendien niet iets dat nu alleen door een Libanees gezegd wordt — en die daarom neergezet wordt als een uiterst controversiële figuur —, maar is als zodanig ook benoemd door bijvoorbeeld Arnon Grunberg, die islamofobie als een groter probleem beschouwt dan antisemitisme. Dan is er nog de filosoof Yeshayahu Leibowitz — zelf een orthodoxe jood en een zeer intelligente man die ik buitengewoon waardeer — die op een vergelijkbare wijze kritisch was op de Israëlische politiek als Abou Jahjah dat is. Vervolgens lijkt Erdbrink het er ook niet mee eens te zijn dat islamofobie een vorm van racisme is, zoals ook antisemitisme dat is. Jeetje, echt waar? Een goede journalist had dit allemaal kunnen weten door voldoende voorwerk te hebben verricht. Hij had op zijn minst alle teksten van Abou Jahjah daaromtrent kunnen lezen. Of ook Hannah Arendts briljante eerste deel van The Origins of Totalitarianism, dat gaat over onder andere het racistische aspect van het antisemitisme. Een belangrijke analyse, die ook door Abou Jahjah wordt aangehaald. Geenszins geeft Erdbrink blijk van een dergelijk goede voorbereiding, die nodig is om die tweets inhoudelijk te kunnen bespreken en echte waarde toe te voegen aan het debat.

Het werd mij steeds duidelijker dat hij een aantal denkinstrumenten mist die voortkomen uit serieuze theorievorming. Denkinstrumenten die erbij kunnen helpen situaties en problemen zo goed mogelijk te analyseren en in te schatten. Op zich is dat helemaal niet erg, maar voor mij ging dit gebrek wel ten koste van datgene dat zo urgent is in dit hele debat. Terugblikkend pakte het wellicht alsnog gunstig uit, zoals Abou Jahjah dat zelf aangeeft, want daardoor kon hij veel vooroordelen en stereotypen ontkrachten. Iets dat zeer zeker nodig is, aangezien deze onwetendheid wijdverbreid is. Maar dat deze situatie een gunstige draai kon vinden, is in mijn ogen enkel de verdienste van Abou Jahjahs eloquentie en intelligentie en komt geenszins door Erdbrinks interviewskills.

De vrijheid van meningsverandering

Het meest kwalijke aan de hele hetze rondom Abou Jahjah — een hetze die hoogstwaarschijnlijk ook van invloed was op Erdbrinks interviewstijl — is wat hijzelf als volgt omschrijft: “[Opiniemakers] die wanhopig blijven steken in ideeën die ik vijftien jaar geleden had om mij te diskwalificeren.” Als je je vast gaat klampen aan iets dat iemand jaren geleden heeft gezegd en hen kost wat het kost daarop wilt vastpinnen, dan ontken je in feite de vrijheid van meningsverandering. Dat Abou Jahjah in zijn leven van deze vrijheid gebruik heeft gemaakt, blijkt uit het gegeven dat hij ooit gelovig was, vervolgens atheïst en nu meer de bescheiden houding heeft van het ‘weten niet te weten’. Blijf je echter hameren op “Ja, maar toen heb je dit toch echt gezegd!”, dan haal je de hele dynamiek uit een mensenleven en ga je ervan uit dat een mens nooit tot nieuwe inzichten kan komen. Dan lijkt het alsof iemand niets anders is dan een freeze-frame dat ooit iemand van hen heeft genomen en dat dit stilstaande beeld hen voor de rest van hun leven bepaalt en determineert. Wat een armoe is dat, voor de persoon zelf als ook voor de wereld als geheel. Maar nu ook voor Zomergasten 2016. Ik ben nu al benieuwd naar de volgende aflevering. Zal die mijn mening nog kunnen veranderen?


Dit artikel is oorspronkelijk verschenen bij Vileine.com.


 

More from Heidi Dorudi

De herinnering en de herhaling

Hannah Arendt omschrijft de eindigheid van de mens als iets dat onherroepelijk...
Read More