Corona: het verlies van autoriteit, moraliteit en het soevereine individu

autoriteit
Image by: Unknown

Op 16 maart 2020 schreef ik op de socials:

Ooit – als ik dan nog leef – gaan we het hebben over pre-corona en post-corona. Nu is het ‘gewoon’ corona. Tijdelijkheid.

Dat het post-corona tijdperk nog lang niet is aangebroken, is een feit. In de hele wereld bevinden mensen zich aan het begin dan wel in het midden van deze crisis. Een einde is voorlopig niet in zicht. Er zijn veel known unknowns en wellicht nog meer unknown unknowns. Dit zijn termen die ik in al die jaren dat ik mijn leven ‘verdien’ als projectmanager gebruik, en wel als het gaat om risicomanagement.

Risicomanagement: het fundament van strategie en beleid

Risico’s zijn onzekere gebeurtenissen die in de toekomst liggen en die consequenties hebben. Alles wat toekomstig is, is per definitie een mogelijkheid. Óf de een of andere mogelijkheid op een dag substantiële realiteit wordt, is contingent en daarom onzeker: risico’s kunnen optreden … of niet. Zaak is dan ook alle risico’s in te schatten, te monitoren en alvast tegenmaatregelen te bedenken en te implementeren. Om dit zo goed mogelijk te kunnen doen, worden de vastgestelde risico’s geclassificeerd op basis van hun context. Hier speelt de factor tijd een belangrijke rol, want naarmate de tijd verstrijkt, zal er voortschrijdend inzicht ontstaan wat de status van een risico kan doen veranderen.

Known knowns

De known knowns zijn risico’s binnen een duidelijke context: je weet met welke situatie je geconfronteerd zou kunnen worden en welke tegenmaatregelen je nu al kunt nemen. Zodoende is er een duidelijk gedefinieerde strategie en een duidelijk beleid dat tot uitvoer wordt gebracht.

Een mooi en actueel voorbeeld hiervoor is de tegenmaatregel die het UMC Groningen heeft genomen nog lang voordat het coronavirus een pandemie veroorzaakte. Hun medisch microbioloog Bert Niesters heeft tijdens de ebola-uitbraak ervoor gezorgd dat er een “pandemische voorraad” pipetpuntjes niet alleen aangelegd, maar ook onderhouden werd — materialen die nu schaars zijn door de stijgende vraag naar corona-tests. Bovendien heeft het UMC Groningen zich onafhankelijk gemaakt van één grote leverancier van testapparatuur en chemicaliën door het risico van tekorten te spreiden over verschillende fabrikanten. Voor het UMC Groningen was, anders gezegd, het risico van de uitbraak van een pandemie een known known met als enige onzekerheid het wanneer van de uitbraak.

Een voorbeeld van hoe het vooral níet moet, is de manier waarop het kabinet met dit risico is omgegaan. Ondanks dat experts de afgelopen jaren herhaaldelijk waarschuwden dát een pandemie op enig moment zou kunnen uitbreken, en ondanks dat deze situatie in de laatste veiligheidsanalyse van 2019 werd ingedeeld bij de hoogste risico’s, heeft de Rijksoverheid ervoor gekozen de nationale risicoanalyses die een pandemie voorspelden los te koppelen van beleid: “Zo werd voorkomen dat de departementen iets moesten doen met de resultaten van die analyses.” Er is dus besloten dit risico volledig te negeren en geen enkele tegenmaatregel te implementeren. Uit een dergelijk hol en leeg risicomanagement vloeit geen enkele adequate strategie voort. Het gekozen beleid is dan ook door en door neoliberaal, achteloos en nalatig, want enkel gericht op het idee van kostenbesparing in termen van geld, ongeacht de kosten in termen van mensenlevens.

Known unknowns

De known unknowns zijn risico’s binnen een gecompliceerde context: het zijn situaties die nog onbekend zijn, maar waarvan je weet dat je ze moet weten, omdat je weet dat ze bestaan, alleen beschik je nog niet over alle informatie.

Een voorbeeld van zo’n situatie is dat we nu weten dat het virus zich exponentieel verspreidt, alleen weten we nog niet hoe dat precies voor zich gaat. Zijn kinderen mogelijke verspreiders of niet? Wordt iemand die geïnfecteerd is immuun of niet? En als iemand immuun wordt, is de immuniteit blijvend of kortstondig? Is het wel een definitief feit dat enkel ouderen tot de risicogroep behoren? Hoeveel jongeren zijn er die evenwel een onderliggende ziekte hebben, zoals longaandoeningen, kanker of een of andere immuunziekte? Is het sterftecijfer van corona-sterfgevallen wel juist, aangezien er zo weinig getest wordt? Hebben we wel genoeg betrouwbare data om de juiste conclusies te kunnen trekken? Hoe kunnen we ervoor zorgen dat alle data die direct of indirect met COVID-19 te maken hebben, goed worden geregistreerd?

De te nemen tegenmaatregel is dan ook de ontbrekende informatie zo snel als mogelijk te vergaren en dan niet alleen op nationaal niveau, maar op het niveau van internationale collaboratie, transparantie en uitwisseling van data en inzichten. Deze strategie scheelt immers tijd en capaciteit en geeft bovendien de grootst mogelijke informatie op de snelst mogelijke manier. Hiervoor moet er echter wel worden afgestapt van een nationaal georiënteerd en arrogant superioriteitsdenken. Een dergelijke bescheidenheid bleek echter onmogelijk in het proces van crisismanagement dat zich toonde sinds het begin van de eerste geïnfecteerde in Nederland.

Unknown unknowns

De unknown unknowns zijn risico’s binnen een complexe context: het zijn situaties waarvan je niet eens weet dat je ze moeten weten. Als zodanig zijn ze volledig ongeïdentificeerd. Je weet simpelweg te weinig om überhaupt de juiste vragen te kunnen stellen, teneinde de gaten in je kennis te kunnen identificeren. Dit komt vooral doordat we niet in staat zijn oorzaak en gevolg direct te herkennen. Als mensen zijn we namelijk te beperkt om causaliteit waar te kunnen nemen. We kunnen die hooguit veronderstellen.

Een goed voorbeeld voor de complexe situatie van de unknown unknowns is niet makkelijk te geven, het zijn immers unknown unknowns. Toch is het zinvol om ervan uit te gaan dat er rond onze kennis van het coronavirus sprake is van unknown unknowns. Dit is vergelijkbaar met de mogelijke feedback loops binnen de context van climate urgency met het verschil dat er al veel meer data en wetenschappelijke consensus bestaat over de consequenties van die klimaatcrisis, die overigens niet ineens verdwenen is en waartegen nog helemaal geen enkele substantieel effectieve tegenmaatregel is geïmplementeerd.

Unknown knowns

Tot slot zijn er nog de unknown knowns: dit zijn situaties waarbij je besluiten neemt puur op basis van ervaring en de gedachte dat een bepaalde maatregel de meest juiste en meest rechtvaardige is om te nemen.

Een voorbeeld zijn de ervaringen van Zuid-Korea en andere Aziatische landen met betrekking tot SARS, MERS en COVID-19 en de maatregelen die in die landen wel hebben gewerkt in het onderdrukken van de exponentiële verspreiding van het virus met als doel tijd te creëren. Tijd die nodig is totdat er een vaccinatie is gevonden. Echter, er zijn ook andere actuele voorbeelden van unknown knowns te benoemen, waarover meer hieronder.

Autoriteit

Wat in de afgelopen weken steeds duidelijker is geworden, is het ontstaan van twee tegenovergestelde kampen in het oordeel over het risicomanagement, de strategie en het beleid van de overheid ten opzichte van de coronacrisis. Aan de ene kant zijn er degenen die kritisch zijn. Aan de andere kant zijn er die, die elke kritiek veroordelen. Voorheen uiterst kritische mensen waarschuwen ineens dat je nu niet sceptisch mag zijn en geen twijfels mag uiten over de autoriteit en het beleid van Mark Rutte en het RIVM. Een autoriteit die nu onmisbaar zou zijn en daarom klakkeloos opgevolgd zou moeten worden.

De grote vraag die zich hier aandient, is: wat is autoriteit? Zoals zo vaak in mijn leven als filosoof ga ik te rade bij Hannah Arendt. In haar essay Was is Autorität gaat zij in op deze vraag, waarbij ze geen definitie wil geven van autoriteit in zijn algemeenheid. Waar het haar specifiek om gaat, is wat zij het moderne autoriteitsverlies noemt. Dat is het feit dat we in de moderne wereld amper nog de gelegenheid hebben te ervaren wat autoriteit in eigenlijke zin is.

Arendt begint met wat autoriteit níet is. Aangezien autoriteit altijd verschijnt met een eis van, of een recht op, gehoorzaamheid, wordt autoriteit over het algemeen beschouwd als een vorm van macht, als een bijzondere soort van dwang. Echter, autoriteit sluit juist elke vorm van dwang uit:

Daar waar geweld ingezet wordt om gehoorzaam af te dwingen, heeft de autoriteit al lang gefaald.

Daarnaast heeft autoriteit niets te maken met overtuigen, want dat veronderstelt zowel gelijkheid tussen mensen — dus géén hiërarchische relatie — als ook het werken met argumenten, dat elke vorm van autoriteit buiten werking stelt. Anders gezegd: de egalitaire ordening van het overtuigen staat tegenover de autoritaire ordening die wezenlijk hiërarchisch is. In de autoritaire relatie is het enige dat degene die beveelt en degene die gehoorzaamt gemeen hebben de hiërarchie zelf, die — gelegitimeerd door beide partijen — elk van hen de door haar voorbestemde en onveranderlijke plek aanwijst. 

Wat hier belangrijk is, is de legitimatie van de hiërarchie door beide partijen. Dat betekent dat ik vrijwillig en in vrijheid de autoriteit van iemand anders herken en respecteer. Niet omdat ik met argumenten overtuigd ben en ook niet omdat ik ertoe gedwongen ben. Dit betekent echter ook niet dat autoriteit een pedagogisch fenomeen is, maar veeleer een politieke deugd die Arendt als noodzakelijk beschouwt voor een democratie. Helaas, zo constateert zij, is werkelijke autoriteit in het politieke speelveld non-existent geworden. Beroepspolitici laten zich nog maar zelden adviseren door mensen die echt verstand, en dus autoriteit, hebben van bepaalde zaken wat uitmondt in het fenomeen van autoriteitsverlies. Met dit verlies ontstaat het probleem van macht-als-dwang, wat altijd hand in hand gaat met willekeur. Voor Arendt is dit het moment waarop macht in morele zin een slechte naam krijgt wat onterecht is, want pas als mensen samen handelen, kan legitieme macht ontstaan.

De grote vraag voor mij persoonlijk is dan ook: hoe kan ik in vrijheid de zogenaamde autoriteit en hiërarchische plek legitimeren van een Rijksoverheid die keer op keer aanwijsbaar faalt in haar risicomanagement, strategie en beleid? Een overheid die niet transparant is over haar besluitvormingsproces, de gehanteerde maatstaven en daarboven ook nog in haar communicatie naar het volk zichzelf telkens weer tegenspreekt? Een overheid die zelfs niet in staat is de autoriteit van mensen zoals Alex Friedrich, hoofd microbiologie van het Groningse academische ziekenhuis, te legitimeren, maar in plaats daarvan hun adequaat handelen ten aanzien van het risico van een pandemie “hekelt”?

Het soevereine individu

Kritische mensen wordt verweten onrust te veroorzaken en de nodige ‘eenheid’ te verstoren. Ook ik ben uitgescholden als dom toen ik op Twitter het testen-testen-testen-advies van de WHO retweette. Een ander zich ad nauseam herhalend verwijt is dat je ‘geen viroloog of epidemioloog bent’ en dat je daarom niet kunt beoordelen of het beleid van de overheid gestoeld op advies van het RIVM goed is of slecht. Nee, inderdaad ben ik geen viroloog en evenmin een epidemioloog. In die zin ben ik een leek. Maar als deze leek, gaat me de hele zaak wel degelijk iets aan, en wel existentieel. Toch ben ik niet louter een leek.

Als projectmanager heb ik verstand van risicomanagement en als filosoof zit ik aan de kant van het denken in morele termen waarbij rechtvaardigheid de maatstaf is waaraan ik me telkens weer en telkens opnieuw oriënteer. Bovendien ben ik geschoold in logisch denken en het kunnen onderscheiden tussen drogredenen en steekhoudende argumenten. Het enig logische in mijn ogen was dan ook direct na de eerste waarschuwing van de WHO zich vooral in te zetten voor het grootschalige opvoeren van testcapaciteit en het verzamelen van de nodige, maar nog ontbrekende data. Alleen als je de realiteit kent, kan je ook adequate maatregelen nemen. Zeker als al lang duidelijk is dat het virus zich exponentieel verspreidt. En om de realiteit te kunnen (leren) kennen, moet je data hebben aan de hand waarvan je tot inzichten kunt komen. En om data te hebben, moet je testen.

Iedereen heeft een eigen copingmechanisme. Het mijne is lezen, lezen, lezen, mezelf informeren door op zoek te gaan naar de informatie die er is en door kritisch denken de betrouwbare informatie eruit te vissen. Dit is soeverein handelen waarbij het soevereine individu een figuur is dat autonoom is in haar denken en zich niet kritiekloos aan het net geldende ‘normaal’ conformeert. Precies dit is wat een liberale democratie nodig heeft, wat me terugbrengt naar de eerder besproken unknown knowns. Er zijn meer mensen die leek zijn op het gebied van de virologie en epidemiologie, maar die een autoriteit zijn op hun eigen gebieden en ervaringen. Ervaringen die uiterst zinvol zijn in de omgang met deze crisis. Ervaringen die in ieder geval voor mij zinvol waren in mijn begrip van de situatie en mijn oordeel over het huidige beleid.

Zo is het in relatie tot het coronavirus een unknown known dat mensen een cognitieve bias hebben en geneigd zijn te denken in first-order effects en niet in second- of third-order effects. Een ander unknown known is het volledig hypothetische concept van groepsimmuniteit in relatie tot COVID-19. Ook is het een unknown known dat de beste strategie tot nog toe onderdrukking van de virusverspreiding is totdat er een vaccin ontwikkeld is en grootschalig gedistribueerd wordt. En zo zijn er nog veel meer unknown knowns die allemaal wellicht geen definitieve inzichten en kennis leveren — zoals de known knowns dat doen —, maar die wel helpen om binnen de fluïditeit van de situatie te kunnen komen tot de beste en moreel juiste besluiten.

Moraliteit

Wat betreft de urgente moraliteit zie ik nog heel veel lacunes. En dit terwijl het Project Corona een moreel project is. Het beleid en het politieke handelen moet zich dan ook oriënteren aan, en laten inspireren door, de morele maatstaaf van Rechtvaardigheid met een hoofdletter R — en niet door economische criteria. Dat helaas het laatste de realiteit is, is zichtbaar aan het feit dat een op oneindige economische groei gericht bedrijf als Roche onderdeel is van het Outbreak Management Team (OMT). En daar blijft het niet bij.

Ondertussen is er veel kostbare tijd verloren. In de poging de IC capaciteit niet te overschrijden hebben huisartsen, specialisten ouderengeneeskunde en medisch specialisten een leidraad gepubliceerd waarmee artsen kunnen bepalen of het wel zinvol is om ernstig zieke oudere coronapatiënten in het ziekenhuis op te nemen. Zinvol? Wie bepaalt of een leven zinvol genoeg is om gered te worden? Het is schrikbarend hoe er over het oudere en kwetsbare leven gedacht wordt. De volgende stap is ook al ingezet, want het einde van de IC capaciteit is al in zicht. Dus wordt er over triage nagedacht waarbij wederom de meest kwetsbaren het onderspit moeten gaan delven door ingedeeld te worden in de dodelijke fase 3. Tegelijkertijd komt ook het leven van niet-coronapatiënten steeds meer in gevaar.

In een dergelijke situatie helpt het niet — en is het in mijn ogen zelfs immoreel — te komen met platitudes als: “We zullen moeten accepteren dat risico’s bij het leven horen, en – hoe verdrietig ook – ook het risico van de dood.” En: “We zullen moeten accepteren dat mensen overlijden.” Waar het om gaat, is niet de wens van immortaliteit. Waar het om gaat, is dat een waardige dood bij een waardig leven hoort. Waar het om gaat, is dat niemand mag beslissen wie op de aarde mag rondlopen en wie niet.


As of today, 1 April 2020, this essay also is available in English.


 

More from Heidi Dorudi

Diversiteit is niet iets waar je ‘voor’ of ‘tegen’ kunt zijn

Nee, diversiteit is gewoon de manier waarop de realiteit in elkaar steekt. Discriminatie...
Read More