De traditiebreuk als perspectief van het denken na Auschwitz

traditiebreuk
Hannah Arendt | ( http://bit.ly/1rtg6nC)

In het kader van het 4/5 Mei Programma, en als onderdeel van het  Film na de Dam-programmavertoonde het Filmtheater Kriterion de documentaire Vita Activa: The Spirit of Hannah Arendt van Ada Ushpiz. Mij viel de grote eer toe om op 4 Mei — de dag van de Nationale Herdenking — deze indrukwekkende documentaire in te mogen leiden met onderstaande lezing over Hannah Arendts conceptie van de traditiebreuk als het perspectief van het denken na Auschwitz.


De film die u straks gaat zien, begint met de verstarrende polemiek rondom Arendts notie van de ‘banaliteit van het kwaad’. Het is een internationale controverse die tot op de dag van vandaag voortleeft. Ondanks dat ik hierover veel te zeggen heb, zal ik er nu niet verder op ingaan. Degenen van u die er wel in zijn geïnteresseerd, verwijs ik graag naar mijn website alwaar ik een artikel heb gepubliceerd over deze ‘banaliteit van het kwaad’. Waar ik vandaag, op deze herdenkingsdag wel op in wil gaan, is Arendts perspectief als het gaat om de vraag ‘Hoe te denken na Ausschwitz?’

De ongekende en monsterlijke gruwelijkheid van de massale vernietigingsmachinerie in Auschwitz en alle andere vernietigingskampen luidde volgens haar een verstrekkende breuk in met de gehele traditie. Een cesuur die het fundament van de menselijke civilisatie voorgoed heeft aangetast. De tot dan toe ongeëvenaarde misdaden lieten ons beseffen dat voortaan niet alleen deze of gene regeringsvorm, of bepaalde waarden en tradities in twijfel getrokken moesten worden, maar dat

het geheel van bijna drie duizend jaar westerse civilisatie, een civilisatie die wij kenden als een ononderbroken stroom van traditie, volledig vernietigd is; de hele structuur van de westerse cultuur met al haar onuitgesproken overtuigingen, standaarden en oordelen, is boven onze hoofden omgetuimeld. 

De vernietiging van de Europese joden, de tot in de puntjes georganiseerde ‘fabricatie van lichamen’ — zoals zij dat noemt —, tornt aan de grondslagen van de menselijke beschaving. Toen het besef van Hitlers dodenkampen doordrong tot haar rede, voelde dat voor Arendt aan

alsof een afgrond zich opende. Dit had nooit mogen gebeuren. Daar heeft zich iets voorgedaan dat we met z’n allen niet kunnen verwerken.

Na Auschwitz verschijnt de westerse traditie van het politieke, het filosofische, en vooral het vooruitgangsidee van het historische denken in een donker licht. Dit geldt eveneens voor de traditie van kritiek en verlichting. Een traditie waar het Westen trots op is.

In haar voorwoord tot het eerste deel van The Origins of Totalitarianism dat gaat over het Antisemitisme, schrijft zij: 1

Niet langer kunnen we het ons permitteren dat we het goede uit het verleden pakken en het zomaar ons erfgoed noemen; dat we ons ontdoen van het slechte en het zomaar beschouwen als een dode last die de tijd vanzelf wel zal begraven in vergetelheid. 

De ondergrondse stroom van de westerse geschiedenis is definitief naar de oppervlakte gekomen en heeft de waardigheid van onze traditie geschonden. Dit is de realiteit waarin we leven. En dit is de reden waarom een vlucht in de nostalgie van een nog intact verleden, of een vlucht in de geanticipeerde vergetelheid van een betere toekomst, slechts ijdele pogingen zijn om aan de grimmigheid van het heden te ontsnappen.

De grimmigheid bestaat daarin dat we sinds de Shoah in donkere tijden verkeren. Donker, omdat er na deze traditiebreuk duidelijk is geworden dat de aristotelische phronésis — dat is de (morele) verstandigheid of ‘praktische wijsheid’ — niet langer voldoet als het gaat om de menselijke moraliteit. Evenzeer is het geloof in de vooruitgang van de mensheid uiterst problematisch geworden.

Arendt voelde zich ervoor verantwoordelijk de donkere tijden te verhelderen door te observeren, te kritiseren en haar generatie op te roepen tot oordeelskracht en handelen. Filosofie is in deze zin dan ook het vermogen de menselijke conditie te verbeteren en Arendts enorme motivatie en gedrevenheid om dit doel te realiseren is in elk van haar boeken en prachtige filosofische essays te voelen.

Aangezien ik denk dat we nog steeds enorm te kampen hebben met de negatieve effecten van deze traditiebreuk, wil ik nu twee ervan in het bijzonder benoemen.

Het verlies van normatieve leidraden

Het verlies van normatieve leidraden heeft alles te maken met het verleden. Arendt was een mens die het verleden ernstig nam. Ze wilde niet vergeten en daarom schreef zij. Schrijven was voor haar denken, zoals denken voor haar schrijven was. Volgens haar kon het verleden pas na deze traditiebreuk verschijnen als een diepte. Dat is de diepte van een diepe zee waarin geen enkele normatieve leidraad meer te vinden was. Een gebrek dat zware gevolgen heeft voor het morele oordelen. Zonder maatstaven kan je immers niet denken. En zonder denken moet je afzien van elk morele oordelen.

Maar Arendt wil verstehen — begrijpen — en te verstehen is voor haar niets anders dan te oordelen. En oordelen betekent in feite dat je kritisch kijkt naar het verleden en vragen stelt. Vragen die zij zich ook stelde. Vragen als:

Hoe was het toch mogelijk dat het totalitarisme het oordeelsvermogen van mensen zo radicaal kon vernietigen? Wat is er daarbij precies ten onder gegaan? En in welke omvang?

Voor mij ligt precies hierin Arendts urgente opgave en taak aan ons die vandaag de dag de aarde bewonen. De taak is: stel deze vragen over dit verleden; blijf ze stellen en blijf erover nadenken. Pas wanneer we de afschuwelijke gevolgen van het totalitarisme werkelijk bespreekbaar maken en voortdurend en opnieuw proberen te verstehen, pas dan zijn we in staat de ware problemen van onze huidige tijd te begrijpen en wellicht zelfs op te lossen.

Het menselijke vermogen te denken is namelijk de onmisbare voorbereiding voor ons besluit voor de toekomst en bijgevolg is ons oordeel over het verleden de voorbereiding voor het willen dat uitmondt in een handelen. Een handelen dat niet alleen onze toekomst, maar ook die van de volgende generaties aardbewoners bepaalt.

Het verlies van de pluraliteit

Welnu, het tweede negatieve effect van de traditiebreuk is het verlies van hetgeen Arendt de pluraliteit noemt. Pluraliteit betekent dat de wereld bewoond wordt door unieke en bijzondere mensen die elk van elkaar verschillen. Het feit dát we de wereld met anderen delen, is voor Arendt een voorwaarde die niet alleen noodzakelijk is, maar vooral voldoende voor iedere vorm van politiek leven. Ons politieke leven omvat alles wat wij doen in de publieke en dus politieke ruimte. Deze ruimte is de wereld die wij — ieder van ons — elke dag met elkaar scheppen en wel door middel van ons openbare handelen. De wereld is dus de door mensen geconstitueerde politieke ruimte die Arendt het Zwischen noemt; de openbare ruimte tussen de mensen.

De realiteit van de pluraliteit is echter niet alleen het wezen van al het politieke, maar een wezen waarmee onze traditionele politieke theorieën zich slechts in de marge — in de periferie — bezig hebben gehouden. Dit gebrek werd pijnlijk duidelijk toen de totalitaire heerschappij aan haar einde kwam.

Arendt beschouwt de absolute macht van het Nazi-Duitsland als een gebeurtenis. Een gebeurtenis zonder weerga. Het is namelijk een gebeurtenis die met de traditionele categorieën van het politieke denken niet langer kon worden begrepen. De misdaad van genocide is de misdaad te bepalen wie deze aarde mag bewonen en wie niet. Deze vernietiging van pluraliteit kon niet langer worden beoordeeld aan de hand van de traditionele maatstaven. De bestaande wetten waren niet meer in staat om de afschuwelijke fabricatie van lichamen adequaat te kunnen berechten en bestraffen.

Het punt is dat door de vernietiging van de pluraliteit ook alle andere aspecten van de menselijke conditie mee vernietigd werden. Deze zijn: het leven zelf, de nataliteit en sterfelijkheid, het zijn in de wereld, en het leven op aarde. Al deze aspecten houden op de een of andere manier verband met het politieke. Maar aangezien de pluraliteit dé voorwaarde is voor elke politieke handeling, betekent een verlies van de pluraliteit direct ook een verlies van vrijheid. Anders gezegd:

Pluraliteit is de basisvoorwaarde van al het politieke en vrijheid is de eigenlijke betekenis ervan.

Vrijheid en pluraliteit zijn onderling afhankelijk van elkaar. Beiden zijn noodzakelijke voorwaarden voor ons oordeelsvermogen. Zowel in de politieke als ook in de morele zin. Wat van belang is, is dat vrijheid voor Arendt niets te maken heeft met een innerlijke vrijheid waarmee men een uiterlijke dwang ontwijkt. Evenmin heeft vrijheid iets te maken met wilsvrijheid. Vrijheid en onvrijheid ervaren we enkel in de omgang met anderen en niet in de omgang met onszelf. Alleen in de omgang met anderen, alleen in het gebied van ons politieke handelen, kunnen mensen vrijheid positief ervaren. Dit wil zeggen dat vrijheid méér is dan enkel een niet-gedwongen-worden.

Vrijheid heeft dus alles te maken met het vermogen om samen met anderen iets nieuws te beginnen in de gedeelde wereld. Iets nieuws dat deze wereld verandert en daarmee ook een andere toekomst mogelijk maakt.

Wij beschouwen vrijheid als het hoogste goed. Wij hechten veel belang aan een liberale democratie. Zoals elk jaar vieren we ook morgen weer de vrijheid. Wat we daarom nooit mogen vergeten, is dat de terreur van het totalitarisme de pluraliteit vernietigde en daarmee ook elke vrijheid.

Laten we daarom dus vooral niet vergeten hoe dit gebeurde:

De uniekheid en diversiteit van mensen verdween geleidelijk aan en deze vernietiging breidde zich uit als een olievlek. Individuele en unieke mensen werden gemaakt tot groepen die werden gemarginaliseerd. Gereduceerd en ontmenselijkt werden ze uit de samenleving gestoten om geëlimineerd te worden in doodskampen. Telkens weer waren het nieuwe groepen die hetzelfde lot beschoren was, met als enige doel de terreur in beweging te houden. Want alleen dan kon de sfeer van vrees en algeheel wantrouwen — en dus de volledige instabiliteit tussen de mensen onderling — in stand worden gehouden.

Dit mógen we niet vergeten, als we echt willen vechten voor vrijheid, en wel voor iedereen.

In de film die u zometeen gaat zien, zult u ook de woorden horen van Judith Butler. Een filosoof die ik zeer waardeer en respecteer. Niet alleen legt zij het verlies van pluraliteit en vrijheid uiterst helder uit, ze maakt vooral ook de urgentie voelbaar die Arendts analyse van dit verlies voor ons vandaag de dag nog steeds en in alle hevigheid heeft. Ik citeer:

As [Arendt] thought [that] the Germans ought to have lived with the Jews and the other minorities, she thought [that] the Jews had to live with the Palestinians, and that the whites had to live with the blacks. The plurality was essential to our way of living together politically. There was no doing away with plurality. If you try to do away with plurality, you become genocidal.

Ik dank u hartelijk!


 

Footnotes

  1. Door mij vrij vertaald uit het Engels.
More from Heidi Dorudi

An introduction to 3 Faces by Jafar Panahi

Not so long ago I wrote a little piece about vatan. Vatan...
Read More