Negatieve en positieve ongelijkheid

ongelijkheid diversiteit

Filosoferen is problematiseren en problematiseren is vragen naar de betekenis van iets, zoals: “Wat is ongelijkheid?”
Ongelijkheid is negatief als zij zich toont als machts- en autoriteitsongelijkheid die in samenlevingen niet alleen op sociaal niveau te voelen is, maar vooral geïnstitutionaliseerd aanwezig is. Exclusie en uitsluiting zijn het gevolg. De positieve kwaliteit van ongelijkheid omschrijft Hannah Arendt treffend: “Niet de mens, maar mensen bewonen deze planeet. Meervoudigheid is de wet van de aarde.” Vanuit deze gedachte van de substantieel aanwezige diversiteit en multipliciteit onder mensen, is een bewustwording van de positieve ongelijkheid tussen mensen de mogelijkheidsvoorwaarde voor een neutralisatie van machtsongelijkheid met als gevolg een inclusieve samenleving.

Ongelijkheid is

  • wit boven zwart;
  • man boven vrouw;
  • rijk boven arm;
  • heteroseksualiteit boven homoseksualiteit;
  • “verlicht” boven “primitief”, ofwel seculier boven religieus;
  • een hoge maatschappelijke status boven een lage maatschappelijke status;
  • de mens boven de natuur en dus de aarde: de enige plek die een mens thuis kan noemen;
  • de Eurogroep boven Griekenland, ofwel hebzucht en arrogantie boven behoefte;
  • het College van Bestuur boven studenten en docenten, ofwel rendementsdenken boven kritisch denken;
  • too big to fail boven small enough to fail.

Dit allemaal is ongelijkheid en ik noem haar de negatieve ongelijkheid. Zij is negatief, want scheef, asymmetrisch, fundamenteel uitsluitend. Zij is gebaseerd op verzonnen binaire categorieën met erbij verzonnen kwaliteiten en idealen. Deze machts- en autoriteitsongelijkheid is in samenlevingen niet alleen te voelen op sociaal niveau. Nee, zij is vooral geïnstitutionaliseerd aanwezig als status quo. In instellingen, wetten, slarissen, meningen, opinies en vooral de beeldvorming en opvattingen over de Ander.

Een devaluatie van hetgeen onderworpen is, wordt vaak gebruikt om dominantie te rechtvaardigen. Daarom zijn asymmetrische machts- en autoriteitsverhoudingen een teken van onvrijheid. Zelfs voor diegenen die de macht, de autoriteit in handen hebben. Want net zolang als er mensen zijn die onvrij zijn, getemd zijn, geen stem hebben, uitgesloten zijn, ja zelfs »illegaal« zijn, net zo lang is niemand vrij. Die onvrijheid is dan namelijk een fundamentele conditie van de dieptestructuur van onze wereld.

Metafysisch beschouwd is de negatieve ongelijkheid gebaseerd op kwantiteit, op uiterlijkheid, op schijn.

Is dit alles wat er te zeggen valt over ongelijkheid? Neen! Tegenover de negatieve ongelijkheid staat wat ik de positieve ongelijkheid noem. Het is de positieve kwaliteit van ongelijkheid die  Arendt treffend omschrijft:

Niet de mens, maar mensen bewonen deze planeet. Meervoudigheid is de wet van de aarde.

Wij zijn mensen — meervoud!
Wij zíjn divers, pluriform, multipel! Allemaal meervoud.
Meervoudigheid ís de menselijke realiteit!

Wat we met elkaar delen is niet gelijkheid in de zin van een universele égalité, maar gemeenschappelijkheid. Deze gemeenschappelijkheid bevat volgens Arendt twee elementen:

  1. “dezelfde wereld opent zich voor iedereen”
  2. “zowel jij als ik zijn mensen”

Pluraliteit betekent individuele verschillen. Het betekent individuele meningen vanuit individuele perspectieven. Maar deze individualiteiten delen dezelfde wereld. En in deze wereld is juist dankzij de diversiteit van individuen interactie mogelijk, intersubjectiviteit. Intersubjectiviteit is de relatie van subject tot subject; het samen bestaan van een groot aantal subjecten, individuen.

Dezelfde wereld die zich voor iedereen opent, is de wereld van de menselijke aangelegenheden, zaken en verhoudingen. Deze menselijke aangelegenheden zijn de feitelijke, contextuele en specifieke waarheden die de wereld vormen en gestalte geven. Elk individu neemt deze feitelijke waarheden vanuit een eigen perspectief waar. En alle individuele perspectieven staan in verband met elkaar. Dus is de feitelijke waarheid te allen tijde gerelateerd aan andere mensen. En aan gebeurtenissen en omstandigheden waarin andere mensen verwikkeld zijn.

Zodra we ons begeven in de publieke ruimte, begint wat Arendt de politieke activiteit noemt. Een activiteit die de menselijke aangelegenheden gestalte geeft.
Politieke activiteit is spreken en handelen.
Is overtuigen, discussiëren en debatteren.
Is strijd en consensus.
Politieke activiteit is altijd gebaseerd op de individuele perspectieven en meningen en dus op pluraliteit. Zie daar: meervoudigheid is de wet van de aarde!

Vanuit deze gedachte van de substantieel aanwezige diversiteit en mulitipliciteit onder mensen, en vanuit het inzicht dat dezelfde wereld zich opent voor ieder van ons — dezelfde wereld met al haar feitelijke waarheden, dezelfde wereld die gecreëerd is en continu gecreëerd wordt door juist deze pluriformiteit in het menselijke handelen —, vanuit deze gedachte en inzichten is het maar een kleine stap om de positieve ongelijkheid te omarmen.

Zodra we bereid zijn dit te doen, wordt duidelijk dat de kwaliteit van de positieve ongelijkheid beslissend is en niet de kwantiteit en de schijn van de negatieve ongelijkheid. Beslissend is niet “wat” iemand is. “Wat” als in rijk, blank, seculier, heteroseksueel, en al het tegenovergestelde. Beslissend is “wie” iemand is. Hoe iemand oordeelt, handelt, spreekt, strijdt, overtuigt, leeft.

Vooral het oordelen, de menselijke oordeelskracht dus, wordt uitgeoefend binnen de relaties met anderen. Meer dan welke andere menselijke geestesgave ook. Oordelen behelst het opzoeken van andere mensen — fysiek of in gedachte. Het behelst het inwinnen van advies bij anderen, het zien van dingen vanuit hun perspectief, het uitwisselen van meningen met hen, het overtuigen van hen, en ook het dingen naar hun gunst en toestemming. Elk oordeel verschijnt in de wereld als een mening die zich voegt bij al die andere meningen en daarmee weerspiegelt elk oordeel de pluraliteit van meningen in de wereld. Het is een communicatieve ervaring die Kant de erweiterte Denkungsart noemt. Deze ervaring, deze ruimere manier van denken wordt gevoed door de positieve ongelijkheid en geeft zodoende de mogelijkheid de eigen subjectiviteit en privé-waarneming te transcenderen en te komen tot wat Kant een ‘sensus communis’ noemt, een ‘common sense’.

Het is deze ervaring van de wereld en van andere mensen die een individu geestelijk krachtig maakt, geestelijk reizend door de wereld, niet geïsoleerd maar verbonden, niet provinciaal, maar kosmopoliet. Laten we de positieve ongelijkheid omarmen en worden wie we zijn: kosmopolieten ofwel: wereldburgers.

Each person shines with his or her own light. No two flames are alike. There are big flames and little flames, flames of every color. Some people’s flames are so still they don’t even flicker in the wind, while others have wild flames that fill the air with sparks. Some foolish flames neither burn nor shed light, but others blaze with life so fiercely that you can’t look at them without blinking, and if you approach you shine in the fire.

—Eduardo Galeano


 

More from Heidi Dorudi

Paradigma: humanist of feminist

Met de uitspraak “Ik ben geen feminist! Ik ben humanist!” zijn vorig...
Read More