Rosa Luxemburg en Hannah Arendt

Rosa nLuxemburg
Rosa Luxemburg (Image by Rosa Luxemburg Stiftung)

Het essaybundel Menschen in finsteren Zeiten — ofwel Mensen in donkere tijden — is een verzameling van essays die Arendt in de loop van 12 jaar heeft geschreven. Essays die gaan over mensen zoals Rosa Luxemburg, Karl Jaspers, Walter Benjamin, Franz Kafka en Friedrich Nietzsche. Het zijn haar gedachtes over de manier waarop deze mensen hun leven hebben geleefd, hoe ze zich in de wereld hebben bewogen en hoe ze geraakt werden door een heel specifieke historische tijd. Een tijd die ze omschrijft als de donkere tijden ontleend aan Berthold Brechts gedicht An die Nachgeborenenaan de later geborenen, ofwel aan de jongere generaties. 

Donkere tijden

Daarin is er sprake van wanorde en honger, van veldslagen en slachters. Van verontwaardiging over ongerechtigheid en van de vertwijfeling die optreedt als er enkel nog onrecht is. Een onrecht zo groot dat er geen ruimte meer overblijft voor verontwaardiging. Dit gedicht is voor Arendt geen illusie, maar beslist werkelijk. Werkelijk, omdat hetgeen beschreven wordt zich heeft afgespeeld in de openbaarheid. Er was niets geheims of mysterieus’ aan. En toch was het niet zichtbaar voor iedereen en slechts nauwelijks waarneembaar. Waarneembaar was het niet, omdat het afgedekt en verborgen werd door de façade van een uiterst effectief geklets van ambtsdragers met een dubbele tong1. 

Het is duidelijk dat zowel Brecht als Arendt hierbij het totalitarisme van de Nazi’s voor ogen hebben. In donkere tijden zijn er kwade daden. Zelfs zulke die er voor het eerst in de geschiedenis gebeurd zijn. En toch zijn het niet deze daden die volgens Arendt de duisternis uitmaken. De donkerheid breekt aan zodra de open en lichte ruimte tussen de mensen verdwijnt. Maar deze publieke verschijningsruimte is urgent als het gaat om het politieke handelen, want alleen daar treedt een ieder al handelend in verschijning. Daarbij openbaart die wie die is, wat maakt dat mensen in vrijheid verbintenissen met elkaar aangaan, of elkaar juist ontwijken. 

Het zijn fascistische en totalitaire regeringen die met hun gelijkschakeling en terreur ervoor zorgen dat de duisternis valt over het publieke domein, met als doel dat mensen elkaar niet langer vertrouwen. En zonder vertrouwen valt elke discussie, elk debat, elke uitwisseling en elk spreken stil. Door elkaar enkel nog te wantrouwen, openbaart men niet langer wie men is met als gevolg dat de hele ruimte van het tussen verdwijnt en daarmee ook alle pluraliteit en vrijheid. Op het moment van dit grote verlies, is er geen moraliteit meer, geen rechtvaardigheid.

Tegen deze duisternis van de betekenisloze trivialiteit, tegen een spreken dat niets onthult en alles verbergt, tegen de vernietiging van de pluraliteit en moraliteit, tegen al dit verweerde zich Arendt. Ze was ervan overtuigd dat:

we zelfs in de donkerste tijden het recht hebben op een beetje illuminatie te hopen, en dat deze verheldering niet zou kunnen uitgaan van theorieën en begrippen, maar van het onzekere, flakkerende en zwakke licht van sommige mannen en vrouwen2.

Arendt noemt deze mannen en vrouwen mensen in donkere tijden. Het zijn mensen die haar hebben geïnspireerd, omdat ze onder haast alle omstandigheden in hun leven “een licht ontsteken dat ze laten schijnen over de hen op aarde gegeven levenstijd”3. Het zijn mensen die te allen tijde soeverein zijn in hun denken in plaats van zich kritiekloos te conformeren aan een of andere traditie, of aan een of andere net geldende ‘normaliteit’. 

Een licht in donkere tijden

Rosa Luxemburg was zo’n kritisch denkend mens die in de transparantie van de openbaarheid onbevreesd liet zien wie ze was. Dat er een biografie is geschreven over haar, en wel in de klassieke stijl van de geschiedschrijving, is voor Arendt uiterst opmerkelijk, want Luxemburg was alles andere dan al die “grote staatsmannen en soortgelijke persoonlijkheden”4 waar de geschiedschrijving zich normaliter mee bezighoudt. Nee, voor Arendt was zij eerder een “randfiguur”5 en dit moet worden beschouwd als een compliment, omdat het blijk geeft van een grote waardering voor Luxemburgs nonconformisme en soevereine, kritische denken.

Arendt beschrijft Luxemburgs beslissende rol in de geschiedenis van het Poolse socialisme, en hoe ze daarna gedurende bijna twee decennia de meest omstreden en meest onbegrepen figuur van het Duitse links werd, zonder ooit officieel erkend te worden. Sterker nog, “juist het succes van haar politiek handelen — zelfs het succes binnen haar eigen wereld van de revolutionairen — is Luxemburg onthouden en niet alleen tijdens haar leven, maar ook na haar dood”6. Daarbij gaat het niet om het patriarchale succes in termen van geld, roem of overheersingsmacht, maar om het vermogen de wereld een thuis van rechtvaardigheid en gelijkwaardigheid te laten zijn.

Waardoor, zo vraag ik me af, komt deze miskenning van Luxemburgs successen? Door haar nonconformisme en onafhankelijke denken? Of door het feit dat ze een vrouw was? Welnu, het is de combinatie van deze twee gegevens waardoor het politieke handelen en het daaruit voortvloeiende succes van vrouwen zoals Luxemburg niet erkend wordt in de wereld. Een wereld die zelfs anno nu gedomineerd wordt door een taai, arrogant en door en door patriarchaal neoliberalisme. Een wereld die mensen als Luxemburg niet alleen niet erkent, maar zelfs bruut vermoordt. 

Arendt, die altijd bezig is het verleden te willen verstehen — begrijpen —, constateert hoe met de moord op Luxemburg en Liebknecht de splitsing en verdeeldheid van het Europese links in socialistische en communistische partijen onherroepelijk werd. Doordat dit criminele misdrijf door de socialistische regering niet alleen gedoogd, maar zelfs ondersteund werd, leidde het datgene in wat zij de “dodendans in het naoorlogse Duitsland”7 noemt.

Luxemburgs dood werd een soort “toppunt tussen twee tijdperken van de Duitse geschiedenis en bovendien een ‘point of no return’ voor het Duitse links”, zegt Arendt. Al die mensen, die bitter teleurgesteld door de sociaaldemocratische partij over waren gelopen naar de communisten, raakten opnieuw, maar deze keer erger gedesillusioneerd door de rap beginnende morele ontwrichting en politieke desintegratie van de communistische partij. Maar een terugkeer naar de sociaaldemocratische partij was onmogelijk, omdat het niets anders zou betekenen, dan de moord op Luxemburg achteraf alsnog goed te keuren8. 

Dit soort persoonlijke reacties werden volgens Arendt slechts zelden in de transparante openbare sfeer toegegeven. Toch zijn ze belangrijk, omdat ze behoren tot wat zij de “kleine mozaïekstenen” noemt “waaruit het grote raadsel der geschiedenis bestaat”9. Het kan niet anders dan dat Arendt bij het schrijven van deze woorden dacht aan Walter Benjamins prachtige en urgente beschrijving van de ongeschreven geschiedenis van de verliezers. Een geschiedenis die we alleen dan kunnen ontmoeten als we ons ernstig bezighouden met de kleine fragmenten ervan, die we soms toevallig vinden. Als we tenminste oplettend en alert wakker ervoor openstaan.

De Rosa-Mythos

Als het nu gaat om Rosa Luxemburg, dan vormen dit soort mozaïeksteentjes voor Arendt “een deel van de legendes die al snel om haar naam geweven werden”. De Rosa-Mythos kwam kort na haar dood voort uit het besluit van links dat Luxemburg “zich altijd zou hebben vergist” en dat zij een “waarachtig hopeloos geval zou zijn”. Merkwaardig genoeg transformeerde het valse beeld van de “bloeddorstige rode Rosa” in een ander beeld toen Luxemburgs brieven werden gepubliceerd. Brieven die Arendt omschrijft als “hoogstpersoonlijke getuigenissen” die van “ongecompliceerde, ontroerend menselijke en soms welhaast poëtische schoonheid”10 zijn.  

De nieuwe legende was de sentimentele voorstelling van een vrouw die vooral een “bloemen- en dierenvriendin” zou zijn. Een vrouw waarvan de gevangenisbewaarders onder tranen afscheid namen toen ze werd vrijgelaten — “alsof ze niet verder konden leven zonder deze wonderlijke gevangene die erop stond hen als mensen te behandelen”. Hier stopte het echter niet. Slechts een paar jaar en een paar catastrofes waren ervoor nodig om de Rosa-Luxemburg-legende te laten verworden tot “de belichaming van de hunkering naar de goede oude tijd van de beweging”. Een tijd waarin “de hoop nog vers was en de revolutie vlak voor de deur stond”. Een tijd waarin er nog geloofd werd “in de bekwaamheid van de massa’s en de morele integriteit van de communistische leiding.”11 

Dit verfraaide herinneringsbeeld is in Arendts ogen niet alleen onbepaald en warrig, maar in de meeste details volledig onnauwkeurig. Desondanks wist de Luxemburg-legende zich wereldwijd te verspreiden en komt zij steeds weer tot leven zodra er ergens in de wereld een “nieuw links” ontstaat. Maar, zo waarschuwt Arendt, in de mythes over Luxemburg leven vooral ook de oude clichés verder van ‘enerzijds “het kijfzieke wijf” en anderzijds “de romanticus” die noch “realistisch” was, “noch wetenschappelijk, en wier werk — in het bijzonder De accumulatie van het kapitaal uit 1913 — steeds weer met enkel een schouderophalen terzijde werd geschoven”. 

Dat komt volgens Arendt doordat elk “nieuw links” uiteindelijk verandert in een “oud links”. Wat meestal gebeurt zodra de leden de 40 hebben gepasseerd. Dan begraven ze ineens hun oorspronkelijk enthousiasme voor Luxemburg tezamen met al hun jeugddromen. Je hoort bijna de terechte woede in Arendts stem als ze zegt:

En aangezien ze zoals gewoonlijk niet de moeite hebben genomen Luxemburgs werk te lezen, laat staan te begrijpen wat ze te zeggen had, ging het hen gemakkelijk af haar met de neerbuigende kleinburgerlijkheid van hun vers verworven status te negeren.12

De logica van mythes is dat ze puur willekeurig zijn en — geboren vanuit een agenda van overheersing — de realiteit verdekken. In het geval van Luxemburg, verdonkeremaant de Rosa-Mythos haar grote denkkracht en enorm streven naar werkelijke rechtvaardigheid, gelijkwaardigheid en dus vrijheid in de wereld. Een streven dat ze met Arendt deelt en dat Arendt in haar herkent en waardeert. Evenals Arendt beklemtoonde Luxemburg steeds weer dat vrijheid, en dan niet enkel de vrijheid van het denken, maar vooral de politieke vrijheid, onder alle omstandigheden gegarandeerd moet worden. Hierin staan deze vrouwen volledig alleen in de geschiedenis wat des te meer hun soeverein en nonconformistisch denken laat zien.

Vandaag is het 8 maart. Vandaag is het de Internationale Dag van de Vrouw. Laten we ons daarom altijd, maar vooral vandaag bewust bezighouden met de ongeschreven geschiedenis van de verliezers. Een geschiedenis die overbevolkt is door vrouwen. Vrouwen zoals Rosa Luxemburg en Hannah Arendt die zelfs nog na hun dood misbruikt worden voor agenda’s van eigenbelang door hen onzichtbaar te maken met mythes waarmee hun daden en successen uit de geschiedenis worden geschreven. 

Graag sluit ik af met de woorden van de diplomaat en watergezant Henk Ovink die in het kader van de grote gevolgen van de klimaatcrisis schetst hoe vrouwen wederom de grootste verliezers zullen zijn. Deze keer van de steeds groter wordende waterschaarste in de wereld, en dit terwijl “juist vrouwen de grote gangmakers zijn van gemeenschappen wereldwijd”.


Deze lezing is gegeven op 8 maart 2019 tijdens het IISG Festival Liefde voor de wereld, georganiseerd door Stichting Amor Mundi.

Footnotes

  1. Arendt, H. (2013) Menschen in finsteren Zeiten, p. 8.
  2. Arendt, H. (2013) Menschen in finsteren Zeiten, p. 10.
  3. Ibid.
  4. Arendt, H. (2013) Menschen in finsteren Zeiten, p. 46.
  5. Ibid.
  6. Ibid.
  7. Arendt, H. (2013) Menschen in finsteren Zeiten, p. 49.
  8. Ibid.
  9. Ibid.
  10. Ibid.
  11. Arendt, H. (2013) Menschen in finsteren Zeiten, p. 51.
  12. Ibid.
More from Heidi Dorudi

In a relationship with you

When you choose to be in a relationship with you. You are...
Read More